Halfgod Enzevil 

Iedereen op de marktplaats haat het kleine meisje.

Nog geen tien jaar oud, en ver verwijderd van de periode waarop ze haar kinderlijke onschuld
behoort te verliezen, heeft ze wel al de haat verdiend van de volwassenen op de marktplaats.
De reden is simpel, ze liegt over alles.

‘Hey meneer, ik heb juist een zwerver jou huis zien binnengaan.’
‘ Mevrouw, alles is van onze rekken gevallen.’
‘Hallo iedereen, heb je gehoord wat die reiziger zei? Rovers zijn van plan om de marktplaats aan te vallen.’

Zelfs de meest onschuldige leugens kunnen vervelend worden, zolang ze maar vaak
genoeg herhaald worden.
De marktkramers zijn op het punt gekomen waarop ze hun geduld verloren hebben en boos zijn.

‘Pas maar op voor haar.’ waarschuwt de groenteverkoopster Enzevil.
‘Niemand gelooft haar leugens nog, dus kijkt ze altijd uit naar nieuwkomers of vreemden.
Iemand als jij zou voor haar een perfect doelwit vormen.’

Ze zou weleens gelijk kunnen hebben.

Enzevil is nieuw in het dorpje, hij is een paar dagen geleden gearriveerd en is net begonnen met werken op de marktplaats.
‘Wat doen haar ouders?’ vraagt Enzevil terwijl hij een doos met groenten uitpakt.
De vrouw schudt haar hoofd en zucht. ‘Ze heeft geen ouders.’
‘Zijn ze gestorven?’
‘Haar moeder ja, een vijftal jaar geleden. Ze was een jonge, hardwerkende vrouw en overambitieus. Totdat ze op een gegeven moment was ingestort ten gevolge van een hersenbloeding, een onverwachte en spijtige dood.’
‘En haar vader?’
Ze zucht nog dieper en vervolgd: ‘Hij heeft haar verlaten om een job te vinden in de grote stad.’
Haar ouders hadden een rommelwinkel hier op de marktplaats, en het was vooral de moeder die zich in het zweet werkte, zij deed het voornamelijkste werk, zoals inkopen en verkopen.’
Toen ze overleden was, gingen de zaken achteruit, totdat de zaak uiteindelijk werd overgenomen door iemand anders.
De vader besloot werk te gaan zoeken in de grote stad om zijn schulden af te lossen.
Hij had beloofd terug te komen binnen de zes maanden, maar ondertussen is hij al een heel jaar weg.
Hij stuurde brieven naar de groenteverkoopster om aan haar te geven, maar dat is ook al weer een half jaar geleden.

Je zou best kunnen zeggen dat het triestig is voor zo’n klein meisje om te wachten tot haar vader uiteindelijk terugkeert.

Dit is geen verassing voor Enzevil. Bovendien weet hij dat al de mensen die hier op de marktplaats werken, goed zijn van hart, ondanks de beperkte middelen.
Anders zouden ze nooit een wildvreemde als hijzelf hebben ingehuurd.
‘Lang voordat de eerste zes maanden waren verstreken, waren we haar grondig beu! Ze was een lief en schattig meisje toen haar moeder nog leefde, maar deze nare ervaring heeft haar geest beïnvloedt. Al haar kinderlijke onschuld is ze kwijt en is vervolgens een pathologische leugenaar geworden. Natuurlijk vinden we het erg voor haar, en we nemen ieder onze beurt om haar aan te kleden en voor haar te zorgen, maar door de manier waarop ze leugens tegen ons vertelt, heeft ze ervoor gezorgd dat niemand nog naar haar luistert.’
‘Waarom kan ze dat nu niet inzien?’ beëindigd de groenteverkoopster haar monoloog al wanhopig klinkend.
‘Ze zal zich wel eenzaam voelen denk je niet?’ vraagt Enzevil.
De vrouw knikt instemmend en zegt vervolgens: ‘Dit is genoeg gepraat voor één dag, werk, werk! Hup!’ waarna ze terug haar winkel binnen gaat.

Enzevil is groenten aan het sorteren aan de voorkant van de winkel totdat hij plots een hees en
hoog klinkend stemmetje achter zich hoort.

‘Hey meneer, ben je nieuw hier?’
Het is het meisje.
‘Euh, euh…’
‘Je bent niet van hier hé?’
‘Neen, dat ben ik niet.’
‘Leef je hierboven terwijl je hier werkt?’
‘Voor een tijdje, dat is toch wat ik probeer.’
‘Ik zal je eens een klein geheimpje verklappen, goed?’
Het begint al. ‘Oké.’ zegt Enzevil zonder zijn werk neer te leggen.
‘Er dwaalt een geest rond op de marktplaats. De mensen hier zwijgen erover omdat het niet goed
is voor de zaken, maar hij is hier echt, ik zie hem voortdurend.’
‘Echt?’ antwoordt Enzevil alsof hij uit de lucht komt gevallen.
Hij besluit met haar mee te spelen zonder haar in de rede te vallen en haar te veroordelen.
Stiekem wil Enzevil meer te weten komen.

In zijn eindeloze leven, is hij veel kinderen tegengekomen die hun ouders hebben verloren of
door hen zijn verlaten.
De wanhopigheid en eenzaamheid van kinderen dat plots op de boze wereld worden losgelaten is juist wat halfGod Enzevil voelt als hij met moeite zijn eindeloze reizen verder zet, zonder duidelijk doel.
Enzevil beseft dat hij ook evengoed niets kan doen en begrijpt hierdoor maar al te goed wat het meisje moet doorstaan.
‘Wat voor geest?’
‘Een vrouw, en ik weet wie ze is, het is de geest van een vrouw dat haar kind is verloren.’ zegt ze.
‘Haar kleine meid, haar enige kind, is gestorven tijdens een epidemie.’
‘Onder invloed van moederliefde heeft ze ervoor gekozen om te sterven, en nu verschijnt ze iedere avond op de marktplaats, op zoek naar haar dochter. Haar zachte gehuil is goed te horen, het klinkt als het gehuil van de wind. Die arme moeder, ze heeft zichzelf van het leven beroofd om bij haar dochter te kunnen zijn, maar ook in de andere wereld kan ze haar niet vinden.’
Het meisje is bloedserieus.
‘Vind je het niet triestig?’ vraagt ze Enzevil.
Ze heeft zelfs tranen in haar ogen, waaraan Enzevil direct kan aflezen dat ze aan het liegen is.
Zelfs als hij niet was gewaarschuwd door de groenteverkoopster, zou hij geweten hebben dat dit een
leugen was.
Enzevil plaatst voorzichtig enkele groenten die duidelijk overrijp zijn op één van eerste plaatsen van het groentenrek en vraagt het meisje: ‘Waarom denk je dat de moeder haar dochter niet kan vinden?’
‘Wat?’ vraagt het meisje hem nogal gedesoriënteerd.
‘Wel, verklaart hij. Haar kind is niet in de andere wereld, en ze hangt niet rond in deze wereld, dus,
waar is ze?’
Enzevil wil geen kruisverhoor beginnen.
Hij denkt dat dit getraumatiseerde meisje gewoon niet doorheeft dat ze telkens liegt en wil haar dit doen inzien.
De eenzaamheid van een meisje dat haar moeder is verloren en blijft hopen op de terugkeer van haar vader is niet te reduceren tot één simpele leugen maar het niet kunnen stoppen met liegen.
‘Hmm, nu je me eraan doet denken, dat is een goed punt.’ zegt het meisje duidelijk gefascineerd.
‘Neen, echt waar! waar is het meisje dan?’
Enzevil komt op het punt aan om haar te zeggen dat het meisje juist hier staat, vlak voor zijn neus, maar voor hij dit kan zeggen antwoordt ze: ‘Dit is de eerste keer dat iemand dat vraagt, je bent een beetje anders.’
‘Ik vraag me af…’
‘Nee jij! Jij bent anders!’ snauwt ze hem toe.
‘Ik, ik denk dat we best vrienden kunnen zijn.’ zegt ze al stotterend.
Enzevil glimlacht naar haar zonder één woord uit te brengen.
Net op dat moment, horen ze de groenteverkoopster buiten komen en even snel als ze verschenen was, was ze weer verdwenen.
Net voordat ze een steegje wil inlopen draait ze zich nog even om en geeft ze Enzevil nog snel een teken alsof ze wil zeggen: ‘tot spoedig.’
Voor de eerste keer na haar traumatische ervaring, kon Enzevil zien dat er nog genoeg mogelijkheden waren om haar hierover heen te helpen.
Het meisje komt regelmatig naar Enzevil nu, een paar keer per dag, net op het moment dat de groenteverkoopster niet aanwezig is, ze ziet werkelijk alles.
Ze vertelt hem de ene leugen na de andere.
‘Ik heb koekjes met mijn moeder gebakken gisterenavond, ik had er graag wat aan je gegeven maar ze waren zo lekker dat ik ze allemaal zelf heb opgegeten.’
‘Rovers hebben me ontvoerd toen ik nog een baby was, maar mijn vader is me komen redden, en heeft alle rovers verslagen, zodat ik veilig was.’
‘Mijn huis? Dat is dat grote witte, aan de voet van de berg, je bent nieuw hier dus je kan het onmogelijk weten, maar het is het grootste van heel het dorp.’
‘Je hebt geen familie, je bent alleen, arme Enzevil, kon ik maar wat van mijn geluk met je delen.’

Al haar leugens zijn genoeg redenen om je zorgen over haar te maken.
Ze denkt dat ze Enzevil kan wijsmaken wat ze wil, omdat ze denkt dat hij niets weet over wat er met haar gebeurd is.
Tegen het einde van elk gesprek met Enzevil, voordat ze wil weggaan, houdt het meisje haar vinger tegen haar lippen en zegt: ‘Shhh, dit is ons geheimpje, vertel het niet aan de groenteverkoopster.’
Natuurlijk zegt Enzevil niets. ;-)
Als er in zijn nabijheid slecht over haar gesproken wordt, plaatst hij zichzelf stiekem op de achtergrond.
Leugens zijn vaak moeilijk te doorgronden, ze ontstaan niet doordat iemand ze verteld, ze ontstaan doordat de andere persoon luistert en instemmend knikt.
Een totaal geïsoleerd individu heeft nooit het recht om slecht te spreken over iemand,
hetzelfde kan gezegd worden over leugens.
Omdat het meisje nu iemand had om haar leugens tegen te vertellen zal ze niet in het gat van totale afzondering vallen, hoe ongezond de situatie ook mag klinken.
Om haar integriteit te beschermen zodat ze mogelijk de kans krijgt om open te bloeien, speelt Enzevil de rol van luisteraar, zonder haar zichtbaar te veroordelen.

Op een dag kwam het meisje naar Enzevil, ze ziet er uitzonderlijk op toe om niet gespot te worden door de groenteverkoopster en de omringende winkeleigenaren.
‘Vertel me meneer, ben je nog van plan om lang te blijven?’
‘Neen, niet echt.’ zegt Enzevil terwijl hij verder gaat met het uitpakken van groenten en fruit.
‘Je gaat pas weg als je genoeg geld hebt verdiend?’
‘Waarschijnlijk.’
‘Maar je hebt nog niet genoeg?’
‘Ik begin er te komen.’ zegt Enzevil en hij werpt haar een glimlach toe.
Dit is een leugen op zichzelf. Hij heeft al genoeg geld om zichzelf te ondersteunen tijdens zijn reizen.
Ook heeft hij deze job niet aangenomen omdat hij geld nodig had.
Hij is hier omdat hij nog geen locatie gevonden heeft om naartoe te reizen.
Een reis zonder bestemming is een eindeloze reis, en dat probeert Enzevil te voorkomen, hoewel zijn reis uiteindelijk toch eindeloos is.
Wijze mensen zeggen dat je dromen en doelen nodig hebt in het leven. Maar dromen om waar te maken en doelen om te realiseren zijn in feite richtlijnen zodat je je korte tijd relatief zinvol kan besteden.
Wat zouden dan de dromen en doelen zijn van iemand die ‘gezegend’ is met het eeuwige leven?
Enzevil’s reis is zeker en vast niet gehaast, ook kan ze niet gehaast worden.
Het dag in dag uit rondhangen zonder duidelijk doel kan je moeilijk een reis noemen.
Hij stelt zichzelf dus voortdurend doelen om zich bezig te houden, groot of klein.
Stel dat je een lange rechte straat van één kilometer moet doorwandelen, in de verte zie je het einde van de straat aan de horizon, wat een behoorlijke afstand lijkt.
In plaats daarvan kan je ook naar de verlichtingspalen kijken, en de volgende paal is je doel.
Zo wordt de straat in kleinere stukken opgebroken met gemakkelijk te behalen doelen.
Dit gegeven, is de rode draad van Enzevil’s leven.
Maar zijn dromen en doelen, wil hij verder voor zichzelf houden.
‘Als ik jou was.’ zegt het meisje, ‘vanaf dat ik het geld had voor twee of drie dagen reizen, zou ik mijn boeltje pakken en de marktplaats verlaten.’
Enzevil antwoordt haar al glimlachend: ‘Als ik jou was, zou ik dat ook doen.’ ;-)
Wat zou haar reactie zijn moest hij haar vertellen dat hij hier voor haar bleef?
Het meisje kijkt wat paniekerig om zich heen en zegt al bijna fluisterend: ‘Als je hier echt weg wil geraken, weet ik een goede manier om dat te doen.’
‘Een goede manier?’

‘Sluip vannacht de groentewinkel binnen en steel de groenteverkoopster haar geld. Achter in de winkel staat er een houten kast, met daarop een porseleinen pot, die zit vol met geld.’
‘Dus je zegt me het te stelen?’
‘Ja!’
Ze kijkt Enzevil op een nogal doordringende manier aan, alsof ze denkt macht over hem te hebben verworven.
In alle serieusheid vertelt ze verder: ‘de groenteverkoopster verdient het om bestolen te worden. Ik ken een meisje, een goede vriendin van mij, en het is zo triestig voor haar. Haar moeder is gestorven, en haar vader is gaan werken in de grote stad en zij is helemaal alleen. Het was de bedoeling dat haar vader na zes maanden terug zou komen, maar ze heeft niets meer van hem gehoord.’
Weer een leugen om je zorgen over te maken.
Voorzichtig vraagt Enzevil: ‘Is er soms een verband tussen haar en de groenteverkoopster?’
‘Natuurlijk.’ zegt ze. ‘Een intiem verband! Wat werkelijk gebeurt is dat haar vader zoals afgesproken iedere maand geld zou opsturen om het meisje te ondersteunen.Hij had haar verteld dat hij goed werk had gevonden en dat het meisje bij hem kon komen wonen. Hij heeft het te druk om haar te bezoeken, maar zij zou wel naar hem kunnen gaan dus heeft hij geld gestuurd voor de reis. Maar het meisje heeft nooit geld gezien. En waarom denk je dat dat verband er is?’
Voordat Enzevil kan antwoorden gaat ze verder en zegt: ‘de fout die haar vader maakte, was dat hij het geld naar de groenteverkoopster stuurde. Ze houdt al het geld voor zichzelf!’
Enzevil kijkt weg van het meisje.
Ze vertelt veel triestige leugens, maar deze is nog triestiger, een leugen die anderen schade berokkend.
‘Het slot aan de achterdeur van de winkel is heel gemakkelijk open te breken.’ voegt ze eraan toe en nog voordat Enzevil kan antwoorden huppelt ze met zelfverzekerde pas weg.
De volgende morgen komt het meisje paniekerig de groentewinkel binnengelopen, Enzevil compleet negerend.
‘Rovers zijn deze nacht de winkel binnen gedrongen!’
Ze zegt dat ze een aantal rovers heeft zien rondsluipen op de marktplaats, lang nadat iedereen vertrokken was.

‘Oh my God.’ zegt de vrouw met een geforceerde glimlach. ‘Dat was vast vreselijk!’
Het is overduidelijk dat ze er niets van geloofd.

‘Maar het is waar, ik heb ze echt gezien!’
‘Kijk kleine meid, ik heb het met jou helemaal gehad, je bent zo’n vuile kleine leugenaar, wat moet er van jou niet worden?’
‘Tel je geld eens na!’
Instinctief maar dik tegen haar zin gaat de groenteverkoopster naar de houten kast waar haar geld in de porseleinen pot steekt.
Natuurlijk is er niets gestolen.
De groenteverkoopster wordt zo woedend dat ze het meisje aan haar haren de winkel uitsleurt.
Enzevil reageert niet, hij negeert alles wat er om hem heen gebeurt en werkt verder.
Later op de dag, als de groenteverkoopster er niet is, gaat het meisje terug naar Enzevil.
‘Ik dacht dat je dat geld nodig had? Nu vertelde ik echt de waarheid en zelfs dan geloofde ze me niet!’
Enzevil had bereikt wat hij wilde, haar namelijk laten beseffen dat ze altijd leugens verteld.
En dat kon alleen maar als ze eens de waarheid vertelde en niemand haar geloofd. ;-)
Enzevil heeft zijn tijd in het dorpje dus nuttig besteedt, en tegelijkertijd een doel vervuld.

Nu trekt hij verder, het woeste en gevaarlijke woud door.
Als Halfgod hoeft hij niet te vrezen, maar hij moet wel ten alle tijde bereidt zijn om te vechten.
Welke avonturen staan er hem te wachten? Wat zal hij tegenkomen en zal hij de gebeurtenis met het meisje in zijn oneindig voortdurende leven ooit vergeten of juist niet?
Erg veel weten we niet over Enzevil, maar wat we wel zeker weten, is dat hij een zeer goed hart heeft! ;-)

Groeten

ANTWOORDEN (14) 

Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord