Devil May Cry 5 - Review 

Devil May Cry 5 - Review 2019-03-07T11:05:00
Na de prachtige en atmosferische remake van Resident Evil 2 bewijst Capcom met Devil May Cry 5 dat ze de kracht en zelfvertrouwen van voorheen hebben herpakt. De ooit legendarische Japanse uitgever is officieel terug, baby!

Eigenlijk heb ik me maar aan één ding echt gestoord tijdens het spelen van Devil May Cry 5, en dat is de inconsistente kwaliteit van het level design. De eerste paar levels spelen zich namelijk grotendeels in een prachtige, gedetailleerde en geruïneerde stad af met een klassiek, Europees tintje, en het is een waar genot om daar zowel demonen in af te slachten als gewoon in rond te kunnen lopen. Het mengt elementen van Londen, Praag, Berlijn en Parijs, en het beloont verkenning op bevredigende wijze. Dit wordt, vooral in de tweede helft van de game, nogal overboord gegooid; daar vertoef je voornamelijk in grotten, ondergrondse tunnels en de binnenkant van een, eh, gigantische, demonische boom. De layout van deze levels weten af en toe nog wel te verrassen qua verborgen beloningen, maar esthetisch is het allemaal nogal… meh. Zonde, vooral gezien het level design van ‘t vorige deel — de westerse spinoff DmC: Devil May Cry — juist het sterkste punt van de game was, met z’n psychedelische, transformerende werelden.

 
  

Genadeslag

Ook was ik niet helemaal, 100% gecharmeerd van het nieuwe, derde speelbare personage V. In tegenstelling tot Nero en Dante vecht hij namelijk niet helemaal zelf; V roept drie demonen op om het gros van de vernietiging aan te richten. Ondertussen moet je met V een beetje op een afstandje blijven, en alleen in de buurt komen om vijanden de genadeslag te geven. Je hebt hierbij als speler wel gewoon volledige controle over de combo’s die de demonen uitvoeren, maar alsnog voelt de actie ietwat onpersoonlijk en minder direct, mede omdat het vaak ook een seconde duurt om de monsters in kwestie daadwerkelijk te summonen. Begrijp me niet verkeerd: spelen als V is alsnog erg vermakelijk — ik heb immers genoeg andere action-adventure games gespeeld met hoofdrolspelers die lang niet zo lekker wegspeelden als hij —maar in vergelijking met Nero en Dante is hij overduidelijk een stuk minder complex en een heel stuk minder responsief. Dat mij slechts 4 van de 20 levels verplicht werd om met hem te spelen, maakt gelukkig een hoop goed.

 
   

Devil Breakers

Nu we het toch over de andere protagonisten hebben: man, man, man, wat zijn die twee toch héérlijk om mee te hakken. Vergelijkbaar doch volledig anders. Nero is een vrij simpel personage, met niet al te moeilijke combo’s en twee hoofdwapens die hij de hele game blijft gebruiken: z’n zwaard Red Queen en z’n gun Blue Rose. Ideaal voor de beginnende gamer, en het is dan ook geen wonder dat hij de eerste helft van de game ook het meest wordt ingezet. Z’n toegankelijkheid betekent echter geen gebrek aan diepgang, want los van een heel scala moves die voor z’n wapens ontgrendeld kunnen worden, heeft hij ook nog een derde wapen; één die voor dusdanig veel variatie zorgt dat Nero er een heus Zwitsers zakmes van wordt. Namelijk: Devil Breakers. Nero krijgt een hele serie mechanische linkerarmen tot zijn beschikking, en ze kunnen allemaal wat anders: lasers schieten, projectielen weerkaatsen, explosies creëren, bepantsering doorboren, vijanden vertragen, et cetera. Je kunt ze ook opladen voor een unieke superaanval, maar dan gaan ze wel meteen kapot. Niet getreurd, hoor: je kunt nieuwe Devil Breakers gemakkelijk vinden of kopen, dus experimenteren met al deze armen wordt zeker aangemoedigd.


         

Nunchucks

De drieëenheid van zwaardcombo’s, pistoolschoten en unieke Devil Breaker-moves zorgen voor zoveel toffe gevechtsopties dat het daadwerkelijk verslavend wordt om Nero zo creatief en stijlvol mogelijk in te zetten. Ik had het dan ook helemaal niet erg gevonden om de hele game alleen met Nero en z’n vele Devil Breakers te moeten doorlopen. Het spreekt dan ook boekdelen dat hij toch niet het speelbare hoogtepunt vormt van de game; dat is namelijk toch Nero’s oom Dante. Het is namelijk met de ontgrendeling van Dante waar de game écht los durft te gaan, en waarbij je een personage te besturen krijgt wiens diepgang ongelimiteerd lijkt. Ten eerste krijgt deze iconische duiveljager meerdere hoofdwapens tot zijn beschikking: meerdere zwaarden, vlammende vuisten, nunchucks met elementaire krachten, guns, een shotgun, raketlanceerders… enzovoorts. Al deze wapens hebben hun eigen specifieke moves en combo-mogelijkheden, en Dante kan in real-time tussen z’n gehele arsenaal schakelen om z’n combo’s nóg uitgebreider en overdonderend te maken. En ik heb de nunchucks niet eens aangeraakt in mijn eerste playthrough, puur omdat ik nog zoveel plezier had met z’n andere wapens… waarvan ik alle moves nog niet eens unlocked had!

 
   

Vreugdedans

Dante heeft, net als in deel 3 en 4, echter ook nog verschillende speelstijlen (selecteerbaar met de d-pad) die hem volledig unieke krachten geven. Trickster geeft Dante meer snelheid en unieke ontwijkmanoeuvres, waarmee hij gemakkelijk door het slagveld (en de lucht) kan zoeven. Swordmaster geeft Dante extra zwaardaanvallen, zodat hij nog dodelijkere combo’s kan creëren met zijn hoofdwapen, zowel op de grond als in de lucht. Gunslinger doet hetzelfde als Swordmaster, maar dan voor Dante z’n guns: hij krijgt de optie om volledig nieuwe moves uit te voeren met z’n schietijzers, van opgeladen schoten tot het kunnen schieten van meerdere raketten tegelijk. Mijn favoriete stijl is echter, wederom, het defensieve Royal Guard, waarmee Dante kan blocken én pareren. Vooral het correct pareren van aanvallen is extreem lekker, want het kost niets én het bouwt een meter op waarmee je intense counter-aanvallen kunt uitvoeren. Niets is zo lekker als het succesvol pareren van een elektrisch demonenzwaard ten grootte van een auto, alsof het niets is, om zo een opening te maken en vervolgens zélf een flinke dosis au uit te delen. Baas Cavaliere Angelo, een gigantische demonische bliksemridder op een hels paard, heb ik met m’n parries vollédig weten te vernietigen, en ik ga niet liegen: ik heb vervolgens een vreugdesdanje moeten doen.

 

Deathcore

Games als Devil May Cry zijn echte gameplay-games, dus het feit dat Devil May Cry 5 drie volledig verschillende speelbare personages bevat — waarvan er twee zo uniek en tof zijn uitgewerkt dat ze gemakkelijk een hele game zouden kunnen dragen — is ontzettend lekker. Eerst dacht ik dat het simpele verhaal in een rare, niet-chronologische orde verteld werd om te verbloemen dat het plot erg dunnetjes is, maar het is eigenlijk om een excuus te hebben om op slimme wijze tussen de drie personages te wisselen. Het resultaat is een intense, verslavende hack & slash-ervaring die geen moment verveelt, en waarbij het “oké, nog één level voordat ik ga slapen”-gevoel er goed inzit. Combineer het strakke tempo van de game en de drie unieke personages met creatieve set-pieces en boss battles waar je u tegen zegt, en je snapt waarom ik Bayonetta 2 niet langer de beste game in dit genre vind. Ik bedoel, ik zat met ’s werelds grootste grijns op de bank te gamen, terwijl ik een gigantische, driekoppige, vuur-, ijs- en elektriciteitspuwende helhond in elkaar zat te hakken met een Harley-Davidson waarvan de wielen tevens fungeerden als kettingzagen. En dat alles terwijl Dante arrogante one-liners zat te spuien en er onvervalste deathcore met een industrial-randje door m’n speakers knalde. Gewéldig. Devil May Cry 5 geeft een negatieve hoeveelheid fucks, en doet dat met zulke hoge productiewaardes dat je wel onder de indruk móet zijn.

 
   

Porselein

Ja, als er één ding is waarmee de game wellicht meer weet te imponeren dan z’n verslavende gameplay, dan is het toch wel z’n presentatie. Net als de Resident Evil 2-remake is Devil May Cry 5 ook gemaakt met de prachtige RE Engine, maar waar het zombiefestijn van die remake zich namelijk grotendeels in krappe, donkere ruimtes afspeelde, weet deze demonische slachtpartij oogverblindende taferelen te produceren in grote, open, kleurrijke arena’s. En dat met zowel fotorealistische graphics als een constante, vloeiende 60 beeldjes per seconde; iets wat hier helemaal indrukwekkend is gezien het intense, bovennatuurlijke geweld dat continu van je scherm afspat. En het loopt allemaal als een trein; ik heb de game geen énkel moment zien stotteren, zelfs niet op mijn standaard Xbox One. Ook creatieve keuzes, zoals het uiterlijk van de hoofdrolspelers baseren op échte mensen, komen door deze engine uitstekend tot hun recht. Dante en Nero zien er niet meer uit als porseleinen animejongens maar als echte mannen van vlees en bloed, en ik schaam me er ook niet voor om te zeggen dat ik toch wel een beetje verliefd ben geworden op de heerlijk bijdehante wapensmid Nico.

 

Doormidden klieven

Wie net als bovengetekende bang was dat de nadruk op visueel realisme zou betekenen dat Devil May Cry wat van z’n excentriciteiten had moeten inleveren, kan dus gerust ademhalen, gelukkig. Dit vijfde deel is nog steeds één groot, over de top, uiterst Japans, belachelijk familiedrama dat om een apocalyptische actiegame verpakt zit. En het neemt zichzelf gelukkig nog steeds niet serieus; zo heb ik hardop moeten lachen toen Nico met haar busje letterlijk door muren heenreed om mij wat upgrades te verkopen, nadat ik haar gebeld had in een half vernietigde telefooncel. Devil May Cry 5 is een schoolvoorbeeld van een krachtig vervolg: veteranen van de serie zullen smullen van de diepgaande combat en de slimme fan service die in het verhaal geweven zit, en nieuwkomers zullen zich kwijlend en button-bashend afvragen waarom ze de franchise nog niet eerder hebben gecheckt. Enkele ongeïnspireerde levels daargelaten is Devil May Cry 5 dus voor mij zelfs een onbetwistbare Game van ’t Jaar-kandidaat. Het eindbaasgevecht is immers iets wat gezien móet worden: een fotorealistisch animegevecht met absurde transformaties, emoties die hoog oplopen, en aanvallen die de realiteit fysiek doormidden weten te klieven. En dat alles bestuur jij zélf — het is géén interactief filmpje — met de beste productiewaarden die ik tot op heden heb mogen zien. Devil May Cry 5 voelt sterk, sexy en vooral: overcompleet. Zo ken ik je weer, Capcom.

Conclusie 

SCORE: 91
Devil May Cry 5 is één en al spektakel. Het is verslavende, diepgaande actie-gameplay, gecombineerd met heavy metal-intensiteit, gothic-anime drama, en een sexy rock ’n roll-uitstraling. Devil May Cry 5 is Capcom op z’n best.
Devil May Cry 5 is één en al spektakel. Het is verslavende, diepgaande actie-gameplay, gecombineerd met heavy metal-intensiteit, gothic-anime drama, en een sexy rock ’n roll-uitstraling. Devil May Cry 5 is Capcom op z’n best.

REACTIES (14) 

Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord