Waarom Zelda: Breath of the Wild de beste open wereld ooit heeft 

Waarom Zelda: Breath of the Wild de beste open wereld ooit heeft 2020-04-28T12:55:00
Roedie was drie jaar terug niet bepaald een Zelda- of Nintendo-man, maar dat veranderde drastisch toen Zelda: Breath of the Wild uitkwam. Vandaag vertelt hij waarom die game volgens hem de beste open wereld ooit heeft.

Voordat de Nintendo Switch in 2017 verscheen, had ik al jaren geen Nintendo-product meer aangeraakt. Plots was ik toch geïnteresseerd in de Switch. Niet alleen omdat het unieke concept van een handheld en console in één mij zo beviel, maar ook vanwege een van de lanceergames.

Ik had destijds amper nog een Zelda-game gespeeld, maar in de twee maanden na de release – toen ik nog geen Switch had - kon ik mijn ogen niet van Breath of the Wild afhouden. Dat was een klein dilemma, omdat ik eigenlijk ook niet te veel van de game wilde zien voordat ik ‘m zelf kon spelen. Toen het eindelijk zover was, stelde de game niet teleur. De kwaliteit van Breath of the Wild zit ‘m niet in het verhaal of de personages, maar in de beste open wereld in een game ooit.

Open wereld
    

Tweehonderd uur later…

De open wereld van Breath of the Wild is de reden dat ik drie jaar na zijn release de game nog regelmatig opstart, na een kleine tweehonderd uur spelen. In mijn geval zegt dit een hoop over een singleplayergame, die ik meestal één keer uitspeel en daarna nooit meer aanraak, hoe goed ze ook zijn. Red Dead Redemption 2 en The Witcher 3 komen daar met ongeveer tachtig uur nog het dichtst in de buurt, maar daar ben ik inmiddels wel klaar mee.

Zelfs na tweehonderd uur is er namelijk nog een hoop te doen in Breath of the Wild. Zo heb ik nog niet eens alle honderdtwintig shrines gevonden, of alle side quests voltooid. En laten we het maar niet hebben over de negenhonderd Korok Seeds die onder iedere steen of ijsberg verstopt liggen! Natuurlijk, als je erop uit bent de game zo snel mogelijk uit te spelen, kan je op de Korok Seeds na alles makkelijk binnen tweehonderd uur voltooien. Maar dat is het ding met de wereld van Breath of the Wild: het houdt je constant bezig door collectables, vijanden of puzzels je voor de voeten te gooien die je toch snel even wil ontdekken. Zo besluit ik regelmatig een nieuwe quest te gaan doen, alleen maar om me een uur later aan de andere kant van de map te bevinden. Die quest? Al lang weer vergeten…

Eerste shot
     

Een wereld gaat voor je open

De magie van deze wereld begint al bij dat iconische eerste shot wanneer je de Shrine of Resurrection uitwandelt. Er gaat een hele wereld voor je open om te verkennen. Overal, en dan ook echt overal waar je kijkt, kan je naartoe! Tenzij het regent. Als het regent in Breath of the Wild, word je genaaid en glij je als een zeepje van een hoge berg al. Naast het klimmen zijn het vliegen met de glider, het surfen op je schild en Revali’s Gale – waarmee Link zichzelf tijdelijk omhoog blaast met de wind - de grootste redenen dat het verkennen van Hyrule zo soepel verloopt.

Dan zijn er de runes. De magneet, de stasis, het ijsblok en de bommetjes kan je op ongekend creatieve manieren gebruiken om puzzels in shrines op te lossen, grote groepjes vijanden uit te schakelen of om op moeilijk bereikbare plekken te komen. Laat bijvoorbeeld een magnetisch blok op een groepje Bokoblins vallen om ze grote schade aan te richten doen, of schiet een stalen plaat af door er een aantal keer op te slaan tijdens de stasis voor de gekste resultaten. Soms heb je echter niet de runes nodig, enkel de wetten van de natuur en een sluw plannetje. Kom je een grote rots of sneeuwbal tegen? Misschien kan je hem wel van een heuveltje afduwen om wat vijanden te verpletteren!

Breath of the Wild

Door een beetje sneaky in het rond te bewegen kan je ook een hoop bereiken. Een groepje slapende vijanden kan je bijvoorbeeld trollen door stilletjes al hun wapens te stelen, om vervolgens toe te kijken hoe ze verbaasd hun wapens zoeken als je ze aanvalt. Dit kan zelfs bij een Hinox – zo’n reusachtig monster dat zijn wapens om zijn nek draagt. Klim gewoon op zijn dikke buik en pak wat je pakken kan. Als hij wakker wordt, zal hij echter goed zijn best doen om wraak te nemen, waarschijnlijk door een boom uit de grond te trekken en je er kapot mee te slaan. Met een beetje creatief nadenken kan je de gekste dingen bereiken in Breath of the Wild.
    

Hero’s Path Mode

Iedereen die de DLC van Breath of the Wild heeft gekocht, racet ongetwijfeld vaak rond op de Master Cycle Zero. Zelf heb ik in ieder geval al een tijdje niet meer in het zadel gezeten van Zelda’s prachtige paard, maar toch is de motor niet mijn favoriete feature van de DLC. Hero’s Path Mode, oftewel de groene lijn die je op de map exact toont waar je al bent geweest, spant voor mij de kroon. Ik was al best ver in de game toen ik de DLC aanschafte en dacht het leeuwendeel van Hyrule al gezien te hebben. Al snel bleek dat ik nog niet eens een voet had gezet in grote gebieden van de map, waar nog talloze avonturen te beleven vielen. Na honderd uur spelen ontdek je op deze manier bijvoorbeeld alsnog het prachtige palmbomendorpje Lurelin Village, aan de kust in het zuidoosten van Hyrule.

Lurelin Village
    

Kleine details

Verder zit het plezier van de wereld hem in de kleine details die je overal tegenkomt. Bokoblins praten en dansen met elkaar rondom het kampvuur en je kan lekker chillen met hondjes die je soms naar een schat leiden. Naast de paarden kan je een groot aantal dieren berijden, zoals beren, hertjes en zelfs – hoewel ze het niet erg leuk vinden – een Lynel.

Als je een dier slacht met een vuurzwaard is het vlees meteen gekookt en als je met een vuurzwaard op je rug door de sneeuw loopt, heb je minder warme kleding nodig. Het omgekeerde geldt voor een ijszwaard in de woestijn. Je kan vissen vangen door bommetjes in het water te gooien, maar ook door een shock arrow in het water te schieten. Als je met metalen uitrusting aan door een storm loopt, duurt het niet lang voordat de bliksem op je inslaat. Of op je vijanden, als je net voordat de bliksem inslaat je wapen weggooit…

Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar ik denk dat ik mijn punt gemaakt heb. In Breath of the Wild is de open wereld de grootste, onuitputbare attractie waarin alles kan zodra je creatief genoeg bent. Ik hoop dat Breath of the Wild 2 me net zo lang zoet gaat houden, en als Nintendo verder bouwt op de stevige basis die ze gelegd hebben, dan heb ik daar het volste vertrouwen in.

REACTIES (25) 

Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord