Review: Jump Force 

Review: Jump Force 2019-02-22T11:08:44
Toen we op de redactie vroegen wie Hisoka Morroh is, was Samuel de enige die enthousiast (lees: überhaupt) zijn hand opstak, dus het is geen verrassing dat hij degene is die met Jump Force naar huis mocht. Hier zijn volledige oordeel.

Hisoka is een schurk/antiheld uit de manga Hunter × Hunter, trouwens, en dat is één van de tofste animeseries is die ik ooit heb gezien. Dikke aanrader. Hoe dan ook, ik ben een weeb van jewelste — mijn vriendin gaat nog steeds bad op die gigantische Vegeta action figure die ik in de huiskamer heb staan — en ik heb dan ook een uitermate grote waardering voor het tijdschrift Weekly Shōnen Jump. Dit tijdschrift is de broedgrond geweest voor de bekendste shōnen (actievolle manga voor jongens) aller tijden, dus als dat blad er niet was geweest, dan had ik Dragon Ball, Naruto en Hunter × Hunter enzo waarschijnlijk nooit gekend. Nou, dát tijdschrift heeft dus onlangs z’n vijftigste jubileum mogen meemaken, en Jump Force is één van de manieren waarop deze heugelijke gebeurtenis gevierd wordt. Een grootse, crossover arena-fighter met verrassend mooie graphics en vertegenwoordiging van meer dan een dozijn verschillende Jump-franchises? Dat is een verdómd mooie manier om zo’n jubileum te vieren, ja. Op papier, tenminste.


   

Vuurwerkshow

Kunnen we het even hebben over hoe tof de graphics zijn? Fotorealisme in gaming is niets nieuws, maar dit is wel de eerste keer dat deze grafische stijl wordt toegepast op een pure manga- en animegame. Het is begrijpelijk waarom dit niet eerder is gedaan — het is niet echt goedkoop, en fictieve, Japanse personages zien er nou niet bepaald realistisch uit met al die gigantische ogen en niet-bestaande neusjes — maar daarom is het extra tof en verfrissend om het nu een keer mee te maken. En het werkt! Oké, wellicht niet altijd (Trunks ziet er écht uit alsof ie een chromosoompje teveel heeft) en ik prefereer nog altijd de absurd authentieke ‘2,5D’-look van Dragonball FighterZ, maar voor een bijzondere game die een bijzondere gebeurtenis moet vieren is het een érg toffe visuele richting om in te gaan. De realistische graphics beperken zich namelijk niet alleen tot de mooie achtergronden en de fantasievolle personages, wat betekent dat ook de vele planeetveranderende super moves er realistischer dan ooit tevoren uitzien. De vonken, bliksemschichten, lasers en demonische energiestralen die de vechters produceren vormen heuse vuurwerkshows, en daarmee is Jump Force werkelijk een lust voor ’t oog.


  

Knoppen rammen

Ook de gameplay doet grotendeels wat het moet doen. Dit soort arena-fighters speel je namelijk voor het spektakel, niet zozeer voor de competitieve diepgang. En wat dat betreft is Jump Force grotendeels een schot in de roos, mede omdat de besturing de simpele blauwdruk van games als Dragon Ball Xenoverse overgenomen heeft. Oftewel: je hebt twee knoppen om normale aanvallen en combo’s mee uit te voeren (lees: om mee te buttonbashen), en speciale aanvallen zijn een kwestie van simpelweg de rechter-trigger ingedrukt houden en een knop naar keuze indrukken. Dit betekent dat iedereen een Kamehameha of Rasengan kan uitvoeren, zonder moeilijke shit te leren, en dat is voor een game als deze alleen maar goed. Bij een game als deze, met veertig excentrieke personages, wil je geen complexe mechanics hoeven leren; je wilt op knoppen rammen en daardoor een lichtshow zien ontvouwen die de Aarde dreigt op te blazen. En dat kun je in Jump Force. En dat is leuk.

 

Stagiair

Zoals ik echter al zei: van diepgang is bij dit soort games niet heel veel sprake. En dat is zelden erg, want het interessevacuüm wordt meestal opgevuld door dingen als fan service. Wie heeft diepgang nodig als je je favoriete scènes van je favoriete serie kunt naspelen? Wie heeft diepgang nodig als je iconische personages bij elkaar kunt zetten die, canoniek gezien, elkaar helemaal niet horen te kennen, en vervolgens te zien krijgt hoe ze op elkaar reageren? Nou… het is precies op dit gebied waar Jump Force de boot faliekant mist; wie voor meer dan alleen de gevechten komt, zal extreem teleurgesteld worden. Want, ja, er is een Story Mode. Ja, er is een reden waarom al deze personages uit verschillende franchises en universa bij elkaar komen. Maar, lieve hemel, wat hebben ze er daar bij Spike Chunsoft een abominabel rotzooitje van gemaakt, man. De Story Mode is een lelijke, clichématige, oppervlakkige en saaie modus die, technisch gezien, op het laatste moment door een ongeïnteresseerde stagiair in elkaar lijkt te zijn geflanst. Bijna alsof het volledige budget van de game naar de graphics is gegaan, ofzo.

 
   

Groene alien

Waar de animaties van de personages prachtig zijn om te zien tijdens gevechten, zijn ze houterig (en soms zelfs volledig afwezig!) in de cutscenes. Veel cutscenes bevatten niet eens voice-acting; je moet het dan maar doen met tekstballonnen. En, hé, ook dat is niet nieuw voor een animegame, maar dit hoort niet zo maar een animegame te zijn, verdomme; dit hoort dé animegame te zijn. Dit hoort prachtige cutscenes te hebben, een tof verhaal, en hilarische, slim geschreven interacties. Dat alles is er niet. Het verhaal draait wéér om een duistere macht die de lichamen van bekende personages weet te over te nemen en/of te klonen — een clichématig kutverhaal wat we vorig jaar ook al voorbij hebben zien komen in bv. Super Smash Bros. Ultimate en Dragon Ball FighterZ — en de interacties tussen de personages zijn nog inspiratielozer dan mijn openingszinnen. Als je iemand als de jonge Deku (My Hero Academia) tegenover een groene alien zet als Piccolo (Dragon Ball) dan verwacht je iets tofs, niet iets kuts als: “Hé, jij bent groen! Jij bent vast een schurk!” Kom op, jongens; you had one job.

 
   

Cynisch

Daarnaast is de Story Mode ook nog eens opgedeeld in eentonige missies, onnodige RPG-elementen, en een hubwereld die onnodig groot en leeg is. Dat het verhaal een voorspelbaar en lelijk rotzooitje is, is één ding, maar maak het dan niet ook nog eens onnodig irritant en gecompliceerd om de volgende stappen in dat verhaal daadwerkelijk te kunnen ervaren! Sorry als het nu lijkt alsof ik veel te hard aan het haten ben op een enkele modus, maar, zoals ik al eerder zei: dit hoort de viering te zijn van vijftig jaar Jump. En dat is dit gewoon niet. Zelfs het ogenschijnlijk indrukwekkende roster van veertig personages stelt enigszins teleur als je bekend bent met de voorgaande Jump-crossovers, zoals J-Stars Victory VS en Jump Ultimate Stars. Ik bedoel, waar zijn personages als Toriko, Saitama en Koro-Sensei? Super Smash Bros. Ultimate heeft onlangs laten zien hoe je een ultieme viering precies tot uiting brengt in videogamevorm, en vergeleken met dat meesterwerk voelt Jump Force simpelweg cynisch en onaf. Dit is niet hoe je een jubileum viert, al helemaal niet met een prijskaartje van zestig euro.

Conclusie 

SCORE: 57
Jump Force ziet er prachtig uit, maar is, uiteindelijk, één groot, oppervlakkig en eentonig smörgåsbord van Japanse franchises die veel beter verdienen. Hopelijk wordt bij de volgende Jump-game niet alleen geld in de graphics gepompt.
Jump Force ziet er prachtig uit, maar is, uiteindelijk, één groot, oppervlakkig en eentonig smörgåsbord van Japanse franchises die veel beter verdienen. Hopelijk wordt bij de volgende Jump-game niet alleen geld in de graphics gepompt.

REACTIES (13) 

Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord