Gears of War 4 - Review 

Gears of War 4 - Review 2017-08-29T15:25:34
Machinegeweren met kettingzagen, biceps met de omtrek van boomstammen, en buitenaardse monsters met meer gloeiende bulten dan Samuel in een wachtkamer van de GGD: Gears of War is terug!

Het grootste probleem van de Gears of War-franchise is dat de allereerste game, in 2007, al perfect was. Het had en deed alles al. Het revolutioneerde third-person actie met z’n innovatieve cover-mechanics en revival-systeem. Het bevatte een gebalanceerde set wapens, van de altijd bruikbare Lancer (inclusief iconische kettingzaag-bayonet) tot de heerlijke, over de top Hammer of Dawn. Het imponeerde met set-pieces die origineel en memorabel waren, zoals het gevecht tegen de blinde maar onverwoestbare Berserker. Het had level design dat zowel oogstrelend was als functioneel, met z’n claustrofobische, donkere gebouwen en grootse, open arena’s (en die sneltrein in het laatste hoofdstuk! Wow!). Zelfs de normale vijanden waren precies gevarieerd en dreigend genoeg om gevechten nooit eentonig te laten voelen; de humanoïde Drones voelden daadwerkelijk als jouw gelijken en de kleinere, snelle Tickers zorgden ervoor dat je je nooit té veilig mocht voelen achter cover. Man, zelfs esthetisch wist de game in een post-Mortal Kombat-tijdperk meteen spijkers met koppen te slaan, met z’n belachelijke power armor, stroperige bloedslierten en ongegeneerde, vulgaire taalgebruik. “Ugh, that smells nasty. What’re these guys made of, shit?”

     

Industriestandaard

Gooi daar een extreem solide multiplayer tegenaan (met een paar van de beste maps ooit gemaakt, zoals Gridlock en Canals) en je hebt een totaalpakket dat zich niet alleen geweldig mocht noemen, maar ook een daadwerkelijke industriestandaard was. Fuck man, hoe volg je zoiets op? Het was overduidelijk ook voor CliffyB en de zijnen een moeilijke vraag. Want, begrijp me niet verkeerd, Gears 2, 3 en de spinoff Judgment waren prima games (ze waren qua gameplay immers nagenoeg hetzelfde) maar ze waren ook overduidelijk bezwaard door de onmogelijkheid om aan de formule te sleutelen. Het waren vervolgen die daarom voornamelijk qua verhaal en “epiek” grootser probeerden te voelen dan dat eerste deel, wat helaas resulteerde in eindproducten die teveel leunden op gimmicky set-pieces (lees: turrets en voertuigen) en momenten die de plank volledig missloegen. “They’re sinking cities with a giant worm”, enzo. En veel van de daadwerkelijke gameplay-toevoegingen maakten de eerder genoemde perfecte formule zelfs kapot. Toen Gears of War uitkwam, was ik dagelijks online te vinden voor een potje Warzone, maar toen Gears of War 2 uitkwam, veranderde dat drastisch. Gewoon puur omdat de toevoeging om grenades aan muren te bevestigen (wat ze in proximity mines veranderden) de hele multiplayer fináál voor mij verpestte.

      

Totalitair regime

Enfin, Gears of War 4 moest het bovenstaande probleem oplossen. Het moest het gezwel van de franchise tegengaan, teruggaan naar de roots, én tegelijkertijd nieuw en vers aanvoelen. Met een nieuwe saga, nieuwe personages, nieuwe vijanden, nieuwe álles. Een belofte die in de eerste akte van de campaign vervuld lijkt te worden wanneer je het als relatief low-tech buitenstaander moet opnemen tegen de robots (genaamd Deebees) van de nu welvarende COG-factie. De Locust zijn weg, wat de COG alle ruimte heeft gegeven om een vredevolle, maar uiterst gecontroleerde samenleving te creëren; eentje die niet bij iedereen in de smaak valt. Jij behoort dus tot die laatste groep, die samen met alle andere COG-hatende hippies op een boerderij woont, ver van de COG vandaan. Dit alles impliceert een subtieler, menselijker verhaal over de gevaren van een mogelijk totalitair regime en de prijs die betaald moet worden voor onafhankelijkheid. En dit enthousiasmeert, ondanks de letterlijke en figuurlijke zielloosheid van de Deebees. Het is enigszins teleurstellend om te zien dat deze mechanische tegenstanders lang niet zo bevredigend zijn om kapot te knallen als de vergelijkbare robots uit de beste Gears-kloon allertijden (Binary Domain, die je overigens verplicht moet kopen van mij) maar, hé, het is nieuw en verfrissend. Prima.

     

Echt geen Locusts

Helaas is de tweede akte nog nauwelijks van start of deze potentieel interessante richting wordt volledig uit het raam gegooid voor een verhaallijn en serie ontwikkelingen die we nu helaas al drie, eh, vier keer doorgespeeld hebben. Inclusief “nieuwe” vijanden genaamd de Swarm, die, écht waar, hónderd procent, zékers te weten, níet de Locust zijn, hoor!!1! Niet dat je daar ook maar één seconde intrapt, want de nieuwe Juvies doen in elk opzicht denken aan de bekende Wretchers, en de nieuwe Swarm Drones zijn volledig identiek aan de oude Locust Drones. En ze komen uit gaten uit de grond. Okééé. If it walks like a duck and talks like a duck… Slechts de grotere, baasachtige Swarm-vijanden zijn (en voelen) volledig nieuw, zoals de viervoetige Pouncers en Snatchers (die dankzij hun tijgerachtige bewegingspatronen en moeilijk te bereiken zwakke plekken ook daadwerkelijk anders wegspelen) maar die weten het algehele gebrek aan originaliteit en daadwerkelijke spanning niet goed te maken. Zeker niet na de eerdere confrontaties met de Deebees, die voornamelijk op bitterzoete wijze duidelijk maakten hoe erg wij allemaal toe zijn aan een compleet nieuw soort Gears.

     

Drake & Sons

Combineer dit verrassende terugkeer van allesbehalve verassende vijanden met een uiterst oninteressante cast, en het wordt heel moeilijk om je volledig te investeren in het universum die deze nieuwe trilogie probeert te creëren. Ik maak overigens geen grapje: de cast bestaat zo goed als alleen maar uit wannabe Nathan Drakes, wiens persoonlijkheden uitsluitend bestaan uit quasi-grappige, extreem vermoeiende one-liners. Marcus z’n zoon JD? Nathan Drake in power armor. Z’n vriend Del? Nathan Drake uit da hood. Z’n vriendin Kait? Elke chick waar Nathan Drake ooit mee op avontuur is geweest. Om gek van te worden. Dat de meeste grappen helemaal niet zo gevat zijn als dat de schrijvers zelf overduidelijk dachten, maakt dit allemaal nog erger. En elke keer dat er wél een personage geïntroduceerd wordt die niet het product van Nolan North z’n zaadcellen lijkt te zijn (zoals de hilarische, alcoholische Oscar, die een extreem hoge dosis “I don’t give a fuck” heeft) wordt diegene na luttele minuten ontvoerd, gedood of zelfs heel expliciet bewaard voor de sequel. Ugh.

      

Babysitten

En papa Fenix dan? Nooit gedacht dat ik dit zou zeggen, maar hij is het meest menselijke, realistische en interessante personage, puur en alleen omdat hij niet de noodzaak voelt om na elke PTSD-waardige situatie een spanning brekend grapje te maken. Hij ziet de noodzaak van de situaties in. He has seen some shit en wil gewoon het liefst in vrede van z’n oude dag genieten, en zo is ie ook geschreven. Hij heeft daadwerkelijk een persoonlijkheid. Maar goed, hij is ongeveer de helft van de game afwezig, waardoor je toch weer overblijft met die drie Uncharted-rejects. Zucht. JD en de zijnen hebben mij de oude cast doen missen. Marcus Fenix? Pragmatisch, leidinggevend en lekker chagrijnig. Dom? Zachtmoedig, loyaal en betrouwbaar. The Cole Train? Altijd vrolijk en hyperactief, en brengt de hype als geen ander. En Baird? Nogal een cynische klootzak, maar wel een uiterst gevatte. Kijk, dat waren vier personages met duidelijke, sterke persoonlijkheden. Ze varieerden van elkaar en vulden elkaar aan. Je ging zelfs van Baird houden, omdat zijn one-liners en kutopmerkingen de nare sfeer aanvulden en nét luchtig genoeg maakten. Gears of War 4 voelt meestal echter alsof je drie jongere, naïevere, minder grappige Bairds aan het babysitten bent, en dat is funest voor je genot van hun avontuur.

      

Puzzelstukjes

Frustrerend genoeg bevat Gears of War 4 wél alle ingrediënten die nodig zijn om een titel als ‘next-gen Gears’ met trots te kunnen dragen. De puzzelstukjes zijn er wel. In de vijfde en laatste akte komen deze ingrediënten dan ook eindelijk bij elkaar, wat voor daadwerkelijk weergaloze set-pieces zorgt die net zo spectaculair zijn als dat ze de kracht van de Xbox One volledig benutten.
Neem bijvoorbeeld die schermutseling op een dorpsplein, waarbij de Swarm, de Deebees én jouw eigen groepje soldaten het blindelings tegen elkaar opnemen. Of het moment waarop je het moet zien te overleven tegen de Swarm terwijl vernietigende ‘wind flares' het speelveld teisteren en elektrische stormen de grond likken met zweepachtige bliksemschichten. De heftige wind beïnvloedt daarbij zelfs de baan van je projectielen (vooral als je het nieuwe Buzzkill-wapen gebruikt, die weerkaatsende cirkelzagen afschiet) en daarmee zijn deze overdonderende orkanen niet alleen visueel overweldigend maar zorgen ze ook daadwerkelijk voor nieuwe gameplay-momenten. Je wapen volledig anders moeten richten en daarbij de juiste hoek moeten voorspellen? Awesome. Het was precies dit soort shit waar ik veel meer van hoopte te zien; gameplay waarvan het onmogelijk is om er een déjà vu naar de oudere games van te krijgen.

      

Hele rijen huizen

Dan is er ook nog gewoon dat hele segment waarbij je in een reusachtige mech mag stappen en je grote vijanden zoals Snatchers (die je voorheen zoveel moeite gaven) gewoon joelend te pletter mag stampen. Een keiharde “FUCK YESSS” onderdrukken is daarbij zeer lastig. En ja, ik weet dat “spelen met mechs” precies klinkt als het type gimmick waarvan ik zei dat Gears of War 2 en 3 er teveel van hadden, maar dat is het niet. Je bestuurt namelijk een mech die in feite bijna net zoveel kan als je normale avatar. Dit is een mech die verdomme cover kan zoeken achter hele rijen huizen. Een mech die jou tijdelijk een onheilige samensmelting tussen Gears of War en Titanfall laat spelen en daarbij het ’t label gimmick volledig ontstijgt. Het is met gemak het leukste stuk van de hele campaign. En dat komt dus mede omdat het een nieuwe, frisse manier is om van de Gears-formule te genieten. En dat had de regel moeten zijn in Gears of War 4, verdomme, niet de uitzondering.

    

Op elkaar ingespeeld

Mede dankzij die sterke vijfde akte is de campaign van Gears 4 dus niet per se slecht. Maar het voelt wél als een gemiste kans, en is daarmee een erg lauw begin van een nieuwe trilogie. En tóch wil je deze game hebben. Waarom? Nou, simpelweg omdat de overige twee pilaren van het pakket - namelijk Horde 3.0 en de online multiplayer - wél als een overtreffende trap aanvoelen. De nieuwe Horde Mode is simpel gezegd de beste versie die we ooit van deze modus gespeeld hebben; de toevoeging van onder andere gespecialiseerde klasses zorgt voor een nieuwe laag diepgang die deze uiterst verslavende minigame nóg leuker maakt. Kies je bijvoorbeeld Engineer, dan kun je je dure turrets gemakkelijk repareren, terwijl de Sniper bijvoorbeeld meer schade doet met headshots en de Scout iets langer kan overleven. Het zijn subtiele gameplay-toevoegingen die niet teveel met de formule fucken (iedereen kan elk wapen gebruiken, bijvoorbeeld) maar Horde Mode toch wel écht leuker maken, vooral als je met vijf man speelt die goed op elkaar ingespeeld zijn. Gecombineerd met een paar uitstekende nieuwe maps (zoals ‘Reclaimed’, die met z’n boerderijen, schuren en tractors net zo uniek aanvoelt als dat ie leuk is om op te spelen) is Horde 3.0 een modus die veel meer van je tijd verdient dan de eerder genoemde campaign.

     

Lange afstanden

En de online multiplayer? Die is weer beestachtig leuk. Alleen al vanwege de twee nieuwe modi, die zo organisch wegspelen dat we niet snappen dat ze nog niet eerder bedacht zijn door andere shooters. Zo kun je bijvoorbeeld in Dodgeball dode teammaten terugbrengen door de vijand te doden, en andersom, wat de gekste 1-tegen-5 comebacks mogelijk maakt. Mijn persoonlijke favoriet is echter het geniale Arms Race, waarbij jouw team als eerste drie kills moet maken met bijna elk wapen in de game (dertien in totaal, dus) om te winnen. Iedereen begint met Boomshots en krijgt geleidelijk minder sterker wapens, totdat je uiteindelijk drie kills moet maken met de Boltok Pistol. Deze modus is net zo verslavend als dat het een betere all-round speler van je maakt, en ik zie mezelf nog vaak online komen om “effe een potje Arms” te spelen. Het is overigens deze modus die mij het handjevol nieuwe wapens heeft doen waarderen, waarvan het Deebee-wapen EMBAR m’n favoriet is. Dit is een sniper rifle die het, gek genoeg, voornamelijk goed doet op minder lange afstanden vanwege z’n gebrek aan een visier, maar waarvan je de schoten krachtiger kunt maken door de kogel langer “vast te houden” voordat je ‘m afschiet. Booyah. Dit hoge risk/reward-wapen wordt een beest in de competitive scene, mark my words.

Conclusie 

SCORE: 82
Om een heel lang verhaal dus heel kort te maken: de eerste Gears of War is, helaas, nog altijd de beste. Maar gezien het feit dat die game géén Horde 3.0, Dodgeball of Arms Race bevat, is het aanschaffen van Gears of War 4 zelfs voor de allergrootste Gears-purist géén overbodige luxe.
Om een heel lang verhaal dus heel kort te maken: de eerste Gears of War is, helaas, nog altijd de beste. Maar gezien het feit dat die game géén Horde 3.0, Dodgeball of Arms Race bevat, is het aanschaffen van Gears of War 4 zelfs voor de allergrootste Gears-purist géén overbodige luxe.

REACTIES (22) 

Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord