The Elder Scrolls V: Dawnguard review 

The Elder Scrolls V: Dawnguard review 2012-09-17T12:54:38
Omdat Wouter zich op schandalige wijze gepasseerd voelde bij de review van het oorspronkelijke Skyrim (hij was gewoon op vakantie) hebben we ‘m maar ingeschakeld voor het wormvormige aanhangsels (DLC) van de vijfde Elder Scrolls! Ondankbaar werk of gewoon weer ouderwets RPG-genot?
 
Dawnguard kreeg van mij bij voorbaat al een dikke duim omhoog: The Elder Scrolls combineren met vampiers klonk me namelijk in de oren als een dubbele boterham awesomeness. Als groot fan van series als Buffy The Vampire Slayer en films als Interview With The Vampire, ben ik iemand die gehypnotiseerd is door het mysterie en het dierlijke van de nekbijtende ondode. 
 
Maar het is geen makkie om de ondefinieerbare charme van bleke bloedzuigers over te brengen, want voordat je het weet sprankelen de vampiers als Gerard Joling tijdens Roze Zaterdag. 
De grote vraag is dus of Dawnguard een Twilight wordt, of een ware Let The Right One In…
 
 
Hot crash!
Ik kan niet zeggen dat Dawnguard soepel begon… Na het installeren van de DLC ging ik naar Riften, de geruchten van een geheimzinnige gezichtsverbouwer volgend (je kunt het uiterlijk van je character aanpassen in Dawnguard). Op het moment dat ik daar de poorten binnenkwam, stapte ik middenin een gevecht van epic randomness. Een Draugr, een Necromancer, een bandiet en een vampier knokten met vier guards en door de grootschaligheid van de battle daalde de framerate van de game tot schandalige laagten, totdat BAM! m’n Xbox crashte. Twee keer gebeurde dit, waarna ik besloot maar naar een andere, willekeurige plek in Skyrim te gaan, om daar volledig verrast te worden door PRECIES hetzelfde gevecht, met PRECIES dezelfde deelnemers, gevolgd door een derde crash… WTF!
 
Gelukkig verdwenen veel van de problemen nadat ik het Skyrim-schijfje had geïnstalleerd (hoewel inkakkende framerate regelmatig zijn fugly hoofd omhoog stak) en kon ik genieten van een slordig opgebouwd, maar redelijk fascinerend avontuur over Vampire Lord Harkon die Nirn in duisternis wil onderdompelen om er zo voor te zorgen dat vampiers de boel regeren. Inderdaad, een plan van Pinky & the Brain-achtige proporties!
 
Bitterzoet en Zoetbitter

Dawnguard blijkt al snel een gevalletje ‘voor alles wat zoet is, is wel iets bitters te vinden’. Zo is het cool dat je een Vampire Lord kunt worden die zelfs een eigen talent tree heeft (net zoals de Werewolves, mocht je om een of andere vage reden besluiten géén vampier te worden). Maar helaas is het veranderen in deze monsterlijk uitziende, Bram Stokers Dracula-achtige rukker een veel te tijdrovend proces. 
 
Het treedt namelijk niet meteen in werking zodra je de juiste knop indrukt, maar heeft een vertraging van enkele seconden waardoor het, inclusief een rare framedrop, in totaal zo’n tien tergende seconden duurt om te transformeren. Dit was op zich niet zo’n ramp geweest als je vervolgens gewoon een tijdje Vampire Lord kunt blijven, maar aangezien deze zwaar gehandicapte sucker geen vijanden of chests kan looten, je geen map kunt bekijken en hij sommige deuropeningen niet eens door kan ffs, zul je irritant vaak moeten switchen. Je moet namelijk in vampiervorm slachtoffers maken om je talent tree te ontwikkelen, dus verwacht situaties als de volgende:
 
‘Okay, ik ga nu alvast transformeren omdat er vast zo vijanden komen… WTF, waar blijven die fuckers!? Okay, een chest, die wil ik natuurlijk openmaken. *Zucht* Maar weer effe in mensvorm veranderen. OW FUCK, daar komen de vijanden! Snel, switchen! 
Ow, you did NOT just kill me terwijl ik aan het transformeren was!!’
 
Contrast
Zo heeft eigenlijk elk voordeel in Dawnguard wel een nadeel, zoals wel meer dingen in het leven (en nee, dit is geen voetbalmetafoor, want dat is niet mijn stijl!). Een nieuwe wereld waarin je terechtkomt, genaamd Soul Cairn, is deprimerend saai en lelijk, gevuld met hopen stront met een bottenskin eroverheen geplakt en functieloze putten vol ondefinieerbare paarse soep. Later kom je echter in een prachtig natuurgebied -lenteachtiger en frisser dan de rest van Skyrim, vervolgens in een bizarre grot met Avatar-achtige, bewegende, lichtgevende planten erin, gevolgd door een indrukwekkend Falmer-bolwerk en afgesloten met een strakke kathedraal. Wat een contrast!
 
Lullige, fantasieloze verzamelquests worden opgevolgd door spannende eindbaasgevechten en ‘Holy shit!’-waardige aanvaringen met Legendary Dragons. De weinig spectaculaire toevoeging van de kruisboog (die geen eigen traits heeft en maar één soort) wordt ruimschoots goedgemaakt door het mythisch brute wapen dat als beloning dient voor de gehele questline. 
 
Doorbijten
Dawnguard is dus een kwestie van doorbijten: niet alleen in de zachte nekken van je willoze slachtoffers, maar ook in de af en toe dubieuze, nieuwe gameplay-elementen en de niet altijd even boeiende quests. Als je namelijk hard genoeg doorbijt, dan proef je vanzelf de zoete beloning van sappig bloed… Eh, maar omdat het zo lang duurt voordat je het lekkere spul bereikt, is het alsof je in een dik nijlpaard bijt. En daar kan je je hoektanden best op breken!
 
Conclusie:
Dawnguard is een vermakelijke questline met wat epische momenten en wat lekkere beloningen, maar deze vampier is lang niet zo bruut als Lestat de Lioncourt. Gelukkig ook niet zo lame als een glitterige Edward Cullen!

REACTIES (32)