Metro: Last Light preview 

In een tijd dat iedere shooter krampachtig tracht Call of Duty van de troon te stoten, is het volgens Jan goed dat er nog schietspellen zijn met een goede verhalende singleplayer. Metro: Last Light bijvoorbeeld. Jan ging ondergronds!

Ik ben dol op de metro en toch reis ik er in Nederland nooit mee. In Europese steden als Londen, Parijs of Barcelona vind ik het echter heerlijk om de ondergrondse te pakken. In het voorjaar was ik nog in de Catalaanse hoofdstad en als stadstoerist was de metro mijn beste vriend. En ach, af en toe een verdwaalde junk, zwerver of wannabe zakkenroller die s ‘avonds iets te sterk naar alcohol en/of eigen uitwerpselen riekt, neem ik graag op de koop toe. Hoofdrolspeler Artyom zou er niet eens zijn spaarzame kogels vuilmaken aan dergelijke infantiele dreigingen.

De bom

Voor diegene die Metro 2033 gemist hebben; Metro: Last Light speelt zich opnieuw af in de ondergrondse van Moskou, jaren nadat de atoombom is gevallen. De straling heeft leven boven de grond decennia lang onmogelijk gemaakt en zorgde er bovendien voor dat er enorme ratten, vleermuizen maatje XXL en andere gedrochten de boel onveilig maken. Dat is niet alleen aan het aardoppervlakte het geval, ook in het Metrostelsel zelf – dat door de jaren heen is getransformeerd tot een eigen maatschappij met verschillende ministaatjes – dringt het gevaar toe. Artyom heeft zelf nooit een normaal leven bovengronds gekend. Hij is grootgebracht onder de grond en reist als elite Ranger zo nu en dan naar boven af op zoek naar waardevolle goodies, medicijnen en wapens. Als speler weet je; iedere keer als je naar boven afreist, breekt vroeg of laat de hel los. Roedels gemuteerde ratten komen dikwijls op je pad en dan is het rennen voor je leven of opgepeuzeld worden.

Hallicunerend

Het knappe van Last Light is dat het een fraaie mix tussen first-person shooter en survival horror weet te bewerkstelligen, waarbij bovendien de tijd wordt genomen het verhaal rustig uiteen te zetten. Afgezien van de Oostblok-vibe die als een groezelig gordijn over de game hangt, helpt ook de duisternis van de ondergrondse, de ranzige monsters en de enigszins uitzichtloze positie mee aan de onheilspellende sfeer van het spel. Neem daarbij het gegeven dat jij als Artyom over bovennatuurlijke krachten beschikt, en je wordt af en toe onaangenaam opgeschrikt door hallucinaties en beelden uit de toekomst en het verleden.

De game maakt heerlijk misbruik van horrorclichés maar je zal oprecht schrikken en zweten tijdens het spelen van Metro: Last Light. Daarnaast is de game oogstrelend om te zien. Geen enkele game met een apocalyptisch thema, weet zo mooi en tegelijkertijd zo angstaanjagend een volstrekt vernietigde stad – Moskou in dit geval – weer te geven. Neem daarbij dat Artyom via hallucinaties de daadwerkelijke drop van de nuke der nukes meemaakt, en je begrijpt dat niet iedere speler schouderophalend beelden van brandende, schreeuwende mensen en neerstortende vliegtuigen kan aanzien. Met name op een dikke PC, met alle licht en schaduw tech op maximaal aangevinkt, weet je straks echt niet wat je meemaakt.

Schaarste

Soms kunnen simpele dingen op vernuftige wijze meehelpen aan het overall concept van de game. Neem de schaarste van goederen in M: LL. Alles is schaars: voedsel, wapens, kogels, luchtfilters voor je zuurstofmasker, water, bandages… noem maar op. Alleen aan (illegaal gestookte?) drank schijnt nooit gebrek te zijn. Hoe dan ook; deze schaarste werkt op verschillende lagen in het spel door. Enerzijds is er het ploeterende bestaan van de mensen ondergronds, waar een blik bonen in tomatensaus al iets is om voor te vechten. Anderzijds dien je dus goed met je tijd en kogels om te gaan. Domweg in het rond schieten is er niet bij want munitie is veel minder voor handen dan in andere shooters. Hetzelfde geldt voor je strooptochten boven de grond. Je bent als speler voortdurend in spanning omdat je weet dat je zuurstoffilter vroeg of laat verzadigd raakt en dan dien je dus te wisselen. Heb je geen filters meer dan moet je het geluk hebben over een lijk te struikelen met een zuurstofmasker. Anders is het sprinten naar de ingang van de ondergrondse, waar je normaal kunt ademen. Deze spanning duurt het hele spel voort.

Oostblokkerig

Voorganger Metro 2033 was eveneens sfeervol maar het buggy karakter resulteerde in wat rare fratsen. De AI van sommige menselijke tegenstanders was kolderiek, animaties oogden stijfjes en crashes waren eerder regel dan uitzondering. Technisch beloven de makers beterschap en ook de AI ziet er – van hetgeen ik tot nu gezien heb – solide uit. Nu waren de shootouts met menselijke tegenstanders kort maar krachtig, en het was allemaal een stuk minder clunky dan voorheen. Wel ontkomen we opnieuw niet aan de typische Oostblok vormgeving waarbij iedere kerel een rechthoekige kaaklijn moet hebben en alle koppen bars en gegroefd zijn. Rennen oogt nog steeds een beetje stroef, maar goed, laten we het er maar op houden dat uren gehurkt wachten, veertig meter onder de grond niet het beste is voor je conditie en lenigheid.

Wie het verhaal en de speelwereld van Metro 2033 wat vaag vond, kan ik geruststellen; de makers nemen meer tijd en geven betere duiding. Onder meer via in-game hints en zelfverklarende voorwerpen: een kompas die je tevoorschijn trekt, wapens waarvan je ziet dat er nog maar weinig kogels inzitten, zwaarder hijgen als teken dat je zuurstoffilter vol begint te raken. Je hoeft de originele game dan ook niet gespeeld te hebben om volgend jaar te genieten van, en te sidderen om, Metro: Last Light. En sidderen zal je…

REACTIES (27)