Vijf indrukwekkende dingen die we meemaakten in Red Dead Redemption 2 

Vijf indrukwekkende dingen die we meemaakten in Red Dead Redemption 2 2018-10-04T18:01:53
Als je Dennis aanbiedt om een hele dag lang Red Dead Redemption 2 te komen spelen, slaat de Wonderspons dat natuurlijk niet af. Bewapend met een Colt .45, een Stetson-hoed en een fles whisky (geen van alle waar) ging hij dus zenuwachtig in galop richting Amsterdam. Na al eerder een uur te hebben gespeeld, rijst natuurlijk de vraag: is die game een flink aantal uren lang nog steeds zo awesome?

       
De game starten

Het klinkt vet triviaal, maar een nieuwe game opstarten is altijd wel een ding, zeker als je al acht jaar wacht op het vervolg van een van de meest epische westerngames ooit. En omdat Rockstar (niet bepaald een kleine ontwikkelaar) ook nog eens stelt dat RDR2 hun grootste en meest ambitieuze titel ooit is, mag je best stellen dat ik kippenvel had toen ik “hier heb je de controller, veel plezier” te horen kreeg. In een vorige versie mocht ik een uurtje los en kreeg ik een berg informatie over me heen gestort waar je u tegen zegt, maar nu mag ik alles helemaal op mijn eigen tempo doen. En inderdaad, ik speel RDR2 helemaal vanaf het begin, zoals jullie dat straks ook doen.

Die kippenvel gaat dan ook niet weg als het RDR2-logo verschijnt en de sfeervolle muziek start. Ik kreeg direct totaal het gevoel in een westernfilm van regisseurs als Sergio Leone of Clint Eastwood  beland te zijn. In een mooie, filmische intro wordt vervolgens de situatie van Arthur Morgan en de Van der Linde-bende uitgelegd. Zij vluchten in 1899 na een mislukte overval in de stad Blackwater (bekend uit deel één) de Grizzly Mountains in. Het is er teringkoud en ze moeten dus zo snel mogelijk van die berg af. Dat is waar het eerste hoofdstuk, Colter, voor mij begint. Zo moet ik voor voedsel zorgen zodat de mannen sterk genoeg zijn om een trein te overvallen, en genoeg geld in handen krijgen om die vervloekte berg af te komen.
       

Freek Vonk

Eén van de eerste dingen die in Red Dead Redemption 2 opvalt, is de krankzinnig mooie natuur. Niet alleen ziet alles er bijna absurd realistisch uit, maar alles lééft ook écht. Dieren vallen elkaar aan, vreten elkaar op. Aaseters zweven boven karkassen en als je een beetje oog hebt voor dat soort details, zie je soms een adelaar naar de grond duiken om een slang of een konijn te grazen te nemen. Nooit eerder is een ecosysteem op deze schaal in een game gestopt. En ik merk dan ook dat ik om de haverklap afgeleid ben om met mijn verrekijker de Freek Vonk van het Wilde Westen uit te hangen. Dat is trouwens ook een manier om veel van je omgeving te leren, want alles wat ik observeer (en waar ik dus van leer), is handig voor later.

Rockstar heeft al eerder verteld dat er meer dan 200 dieren in de game zitten en dat je, als je dat wilt, erop kunt jagen. Een van de eerste dingen die je (deze keer) moét doen in de game is eten voor de groep regelen. Samen met een maat ga ik dus op pad om een paar herten te schieten, waarbij je meteen de basics van het jagen uitgelegd krijgt. Ik had al eerder in een speelsessie een paar vogels met Dead Eye uit de lucht geknald, maar blijkbaar kan dit subtieler (en veel cooler).

Gewapend met een boog (die guns maken veel te veel herrie) sluip ik met die gast door de bossen en krijg ik uitgelegd dat je de sporen van het rondlopend wild kan volgen, maar da’s verdomd pittig. Maar dankzij een speciale functie krijg in plaats daarvan tijdelijk een soort oplichtend geurspoor van de beesten te zien, zodat je ze kan besluipen. En over reukjes gesproken: je hoeft geen uur in de wind te stinken voor die beesten om door te hebben dat je eraan komt. Sterker nog, de game leert je dat je de wind tegen moet hebben, zodat ze je niet spotten. En dat die dierenneuzen goed zijn, blijkt ook uit het feit dat wanneer je gevild wild te lang in de zon laat, het gaat rotten en je roofdieren achter je aan krijgt.

Maar goed, Bambi moet dood, maar dat lukt niet in één keer. Het arme beestje kermt en probeert nog op te staan. Door zijn nek om te draaien verlos ik beest uit zijn lijden en breng ik het terug naar het kamp, waar de kok Pearson er een stoofpot van maakt (enorm handig als het kamp zich gaat verplaatsen, want je kan één keer per dag voedsel meenemen). Later in de game kan je de geschoten dieren ook naar een slager brengen, en krijg je er knaken voor.

Mij is trouwens op voorhand door mensen gevraagd of dat niet enorm als grinden voelt, maar voor mij is dat helemaal niet het geval. Het jagen is ook een keuze trouwens: als je er geen reet aan vindt, kan je dat ook gewoon niét doen. Als je wel geld wilt, kan je net zo goed alles beroven wat los en vast zit. Winkels, koetsen, banken, en willekeurige ongelukkige voorbijgangers. Maar dan krijg je wel de politie achter je reet aan.
     

Brute moord na groot verlies

Er is al van alles en nog wat verteld over de paarden en ik kan niet genoeg benadrukken hoe tof het is dat je echt een band opbouwt met dat beest. En nu ook weer: dat hoéft niet, maar je paard luistert in dat geval gewoon slechter en als het beest schrikt (elk van de negentien paardensoorten heeft zo z’n eigen dingetjes die ze niet trekken), bokt die knol je van zijn rug.

Dat doet Mr. Ed (yup, zo heb ik hem genoemd) dus niet, want we zijn dikke mik. Met klopjes en geruststellende woorden, en af en toe een borstel over zijn donder, worden we al snel beste maatjes. Die klopjes (gewoon af en toe je linkerstick indrukken) zorgen ervoor dat je je band met het paard uplevelt. Rockstar heeft dit goed afgekeken bij Nintendo, dat in Breath of the Wild een soortgelijke mechnic had om je band met je knol te versterken. Dat schoonmaken waar ik het net over had kan je trouwens ook door een stal laten doen.

Beste vrienden voor het leven dus, en dat al na een paar uur, totdat ik met mijn domme harses met knol en al van een klif stort (doei Mr. Ed, je wordt nog steeds gemist). En ik had het beestje helemaal gepimpt: mooi zadel, mooie straps, mooie kleur manen en staart, vette zadeltas… helemaal gegroomed zoals ik dat zelf wilde. En dan is ‘ie ineens dood. En komt ‘ie nooit meer terug.

Maar erger nog (sorry Ed): ik kom er meteen achter dat als je paard sterft, je dus zélf je zadeltas moet dragen. En daar heeft iemand (die in the damn middle of nowhere is) natuurlijk geen zin in. Puik idee dus om iemand te overvallen en zijn paard te jatten en na vijf minuten lopen kom ik een boerderij tegen waar een prima viervoeter op een nieuwe eigenaar staat te wachten. Daarvoor sla ik eerst de originele eigenaar in elkaar en wurg ik hem, wat het stelen van zijn paard wat makkelijker maakt. Lullige is alleen wel dat ik op heterdaad betrapt word en daarom nog een flinke tijd de wet achter mijn reet aan heb, én nog steeds mijn zadeltas ergens rondslingert (te vinden op je map). Mooi klote. Maar goddank kan je voor een paar knaken je zadeltas op laten halen als je een stal tegen komt.

Met andere woorden: je kan in Red Dead Redemption 2 je problemen op je eigen manier oplossen. Ik had een nieuw paard kunnen kopen, of geweldloos ergens een knol kunnen stelen. Het is in de game zelfs mogelijk om zelf een wild paard te vangen en te temmen (schijnt trouwens behoorlijk pittig te zijn). De game laat je de grootste dingen doen maar (als je wilt) ook veel kleine en vooral dat laatste was ook enorm indrukwekkend.
      

Vele ontmoetingen

Dat Red Dead Redemption 2 groots is, is ondertussen geen geheim meer. Dus wat het hoofdverhaal betreft ben je sowieso wel écht lang bezig (Rockstar vertelt niet hoe lang). Maar daarnaast blijken er ook talloze zijmissies te zijn (zie vorige preview), en vele toevallige ontmoetingen.  Vooral die laatste kunnen je later in de game voordelen op gaan leveren. Zo hoor ik na een tijdje rijden een vrouw roepen. Ze blijkt onder haar omgevallen en gestorven paard te liggen en krijgt het beest niet van haar af. Ik help haar een handje en bied haar ook nog aan om haar terug naar Valentine te brengen, wat in de buurt ligt. Daar bedankt ze me en geeft aan dat ze iedereen zal vertellen dat ik geholpen heb. En zelfs met een dikke bounty op mijn hoofd van $30 wegens de wurgmoord word ik verder redelijk met rust gelaten daar.

Ook krijg ik in het begin van de game (als onderdeel van het verhaal) aan de stok met de O’Driscolls-bende. Dat is op zich niet zo verwonderlijk, maar het vette is dat je in je Conpendium (een soort logboek) precies kan zien hoeveel ik van die bende heb omgelegd en hoeveel bendes de game in totaal bevat. Je kan er dus een sport van maken om alles en iedereen om te leggen en alle concurrentie te elimineren. Helaas gaat dat het niet worden in mijn zes uur. Maar het moge duidelijk zijn dat er talloze ontmoetingen zijn met even veel verschillende mensen die je op pad willen sturen of hulp nodig hebben. Je kan proberen door de game heen te raggen, maar ik vermoed dat veel van jullie, zoals ik, een hele hoop gesprekken gaan voeren of mensen gaan helpen.
       

Puike besturing

Misschien hebben jullie mijn vorige preview ook gelezen waarin ik gewoon toegaf niet bepaald soepeltjes met de controls overweg kon. Zo schoot ik de slager voor zijn flikker en ben ik een stealth-trainingmissie begonnen met een shot gun blast. Handig, not, maar ik moest toen ook alles in één keer in korte tijd leren en zaten er nog aan weerszijden van me twee evenzo enthousiaste Rockstar-heren die me bedolven met info.

Dat gefaalhaas houden we dus op multitask-stress, want dit keer had ik alle tijd om rustig aan alles te wennen. Een van de eerste dingen die ik probeerde was het switchen tussen third en first person. Door op het touchpad te drukken schakel je makkelijk over. Zelf koos ik voor een third person view. Er zijn er twee, eentje vrij dicht op Arthur, en eentje die wat verder van hem weg is. Vooral met het paardrijden en de shootouts gaf ik al snel de voorkeur aan de laatste.

En die shootouts zijn fantastisch. Je kunt zelf instellen hoeveel autolock je wilt, dus als je je skills wilt testen, kan je dat ook helemaal uitzetten. Toch is enige assistentie wel prettig als je vanuit de heup (shoot from the hip) wilt knallen. Daarbij hoef je alleen op de rechtertrigger te rossen om zo een snel salvo af te vuren. Maar de lekkerste manier om een groep tegenstanders om te leggen, is en blijft toch wel Dead Eye, wat ook Red Dead Revolver en Red Dead Redemption zat. Hierbij vul je een meter en druk je op R3 als deze vol is, waarna je tegenstanders lockt en Arthur ze héél snel allemaal omlegt. Ik betrapte mezelf erop dat ik zelfs een keer over mijn controller blies, als een cowboy over zijn rokende loop.

Bij je inventory komen is ook een eitje. Je drukt daarvoor op L1 waarna je een wiel met je wapens ziet en kan switchen naar een wiel met je overige items, die je kiest met de rechterstick. Laat L1 weer los en je hebt het voorwerp in gebruik. Het volgt allemaal zeer logisch en intuïtief en ook is het vet dat je uit meer wapens en items kan kiezen als je bij je paard met zadeltas staat. Dit is gewoon lekker realistisch.

Daarnaast heb je ook een handig overzicht van je eigen gezondheid en die van je paard in de vorm van cores. Die bestaan uit een ring die aangeeft wat je stamina is, en een hart in het midden voor je algemene gezondheid. Arthur’s hart vul je bij door middel van onder meer eten, drinken en potions. En ook het paard moet je eten geven, maar moet ook schoon geborsteld worden als hij of zij vies is. Dat heeft namelijk invloed op zijn of haar stamina. Ik deed dat zelf met alle plezier (het zijn ook prima rustmomenten als je al veel gereden hebt en even een break wilt pakken), maar je kan dit ook laten doen in stallen die je pad kruisen.

En wat dat lange rijden betreft: de game is groot en dus ik rij heel veel. Puur ook, omdat ik het vet vind om naar te kijken. Het is gewoon een kwestie van de Cinema View aangooien, zoals die ook in GTA V zit en genieten van de rit. Daarna hoef je verder niets meer te doen. Het rijden is een eitje en een kwestie van X indrukken om te draven en meerdere malen op X te drukken om in galop te gaan (feitelijk geldt hetzelfde voor Arthur qua rennen). Voordat ik de spelsessie had, waren mensen die ik sprak wel bang dat het een paardrijsimulator zou worden. In mijn geval was dat een beetje zo, maar puur omdat ik gebieden wilde ontdekken waar ik eigenlijk nog niets te zoeken had. Met andere woorden: ik speelde de game dus ‘niet goed’.  Maar ik heb wel het idee dat de stukken die je moet rijden voor het verhaal veel korter zijn en treinen een belangrijke rol gaan spelen als je moet back tracken naar gebieden waar je al bent geweest.


       

Sightseeing

Omdat ik twee chapters van de game mag spelen, spring ik zorgvuldig om met mijn tijd. Ik wil natuurlijk niet meteen door het kleine stukje van het verhaal heen rossen. Daarom besluit ik zoveel mogelijk van de map te gaan ontdekken (en zelfs na zes uur waarschijnlijk bar weinig gezien te hebben). Omdat ik Valentine in de eerste demo al heb gezien, besluit ik naar Saint-Denis te reizen, een van de grotere steden in Red Dead Redemption 2. Omdat het een flink eind te paard is (en ik dus al flink wat gereden had), pak ik dus de trein, die feitelijk een vorm van fast travel is (wat je echt heel prettig gaat vinden, aangezien de kaart gigantisch is). Overigens krijg ik ook mee van Rockstar dat er een andere vorm van fast travel in de game zit, maar dat je die later unlockt.

Lekker met een stalen ros richting de grote stad dus om daar lekker de toerist uit te hangen. En geloof me als ik zeg dat er genoeg te zien is. Bij aankomst blijkt de schaal van alles verbluffend. Mannen werken snoeihard op de werf bij het treinstation en de straten worden bevolkt met noeste arbeiders, schone dames en agenten. Barretjes en shops beschijnen de straat met hun neonlicht en om echt even de boel goed te verkennen, pak ik gewoon even een rondje met de werkende tram mee.

Saint-Denis blijkt minstens zo gedetailleerd als de rest van de game. De industriestad is een schril contrast met de langgerekte weilanden van de Heartlands en bruist daadwerkelijk. Het is er zelfs mogelijk om bijvoorbeeld een bioscoop in te gaan en daar een plaatjesshow mee te pikken. Ik merk dat dat soort detail dus héél ver gaat in de game en blijf dan ook dik vijf minuten zitten om een verhaal verteld te krijgen over de wind, een beer en zijn vriendjes in het bos (ik verklap niets!). Ik had niet gedacht dat een game me zelfs met dit soort fratsen zo zou pakken.

Uiteindelijk besluit ik toch maar terug te gaan naar het kamp, maar dit keer te paard. Door de Cinematic Cam aan te zetten, rij ik automatisch terug naar Horseshoe Overlook. Alle tijd dus om nog een keer goed te genieten van de bizarre wereld om me heen. En ja, de rit duurt nu héél lang, maar doe het om even te genieten van alles wat aan me voorbij komt voordat ik het écht avontuur over drie weken op de juiste manier ga spelen.

Red Dead Redemption 2 is dus misschien geen rollercoaster ride, maar dat is juist de charme. Je kan het spelen zoals je zelf wilt; als gunslinger die alles kapot maakt, of een rpg-liefhebber die vooral tijd wil steken in de kleine dingen zoals crafts, jagen en het tweaken van Arthur, je paard, wapens en gereedschap.

Het is dus moeilijk voor te stellen dat mensen (onder wie ikzelf) teleurgesteld gaan zijn en over drie weken niet gaan genieten van een van de grootste avonturen van het jaar.

Red Dead Redemption 2 hands-on Preview – Zin in whiskey!

REACTIES (18) 

Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord