Favoriete virtuele werelden: Skyrim 

Favoriete virtuele werelden: Skyrim 2018-06-07T12:03:19
Je hebt van die grote, open spelwerelden in games waar je zowat een huisje zou willen kopen en vroegtijdig met pensioen zou willen gaan om te genieten van al die schitterende omgevingen. In de rubriek Favoriete Virtuele Werelden licht redacteur Michel er maandelijks eentje uit. Deze keer: Skyrim, de spelwereld van The Elder Scrolls 5: Skyrim.

Let op: dit artikel bevat spoilers over de spelwereld van The Elder Scrolls 5: Skyrim.

Ik heb een haat-liefdeverhouding met Skyrim. In eerste instantie, tijdens de release van The Elder Scrolls 5, greep het mij namelijk totaal niet aan, en dat deed pijn. Pijn, omdat ik helemaal verslingerd was aan The Elder Scrolls 4: Oblivision. Dat was mijn eerste game uit de rpg-franchise die ik speelde en ik had nog nooit eerder een vergelijkbare vrijheid in een game geproefd.

Ik speelde Oblivion een halfjaar lang dag in, dag uit, en voelde mij enorm thuis in die spelwereld. Ik was er letterlijk aan het roleplayen: van locatie naar locatie ter paard, niet door fast travel, een huisje kopen (eerst in de hoofdstad, een klein maar knus krot, en daarna in het gigantische huis in Skingrad), zo nu en dan een hoofd- of zijmissie klarend. Ik was vooral bezig met grotten looten en die loot weer doorverkopen zodat ik de duurdere huizen en diens inrichting kon betalen. Wat dat betreft voelde Oblivion spelen een beetje aan als werken, maar dan wel erg leuk werk.
      

Teleurstelling

Skyrim greep mij toen de game in 2011 uitkwam totaal niet op dezelfde manier aan. Ik verkende een paar uur het begin van de spelwereld, waarbij je al vroeg in de game een klein dorpje genaamd Riverwood aandoet en dan vooral tijd in de aangrenzende besneeuwde bergen en de kale vlaktes rondom Whiterun doorbrengt. Iets zorgde er voor dat ik mij er gewoonweg niet zo thuis voelde als in Oblivion. Misschien was het de sneeuw, terwijl ik zelf meer een liefhebber van fantasievolle bossen en tropische stranden ben, of wellicht was mijn persoonlijke smaak qua games gewoon veranderd en trok ik het niet om weer een paarhonderd uur in een The Elder Scrolls-game te steken. Ik legde er mij bij neer: Skyrim ging mij nooit zo opslokken als Oblivion dat had gedaan.

De kale vlaktes rondom Whiterun

Vorig jaar bleken de wonderen de wereld nog niet uit te zijn. Ik deed een laatste poging om mij in de wereld van Skyrim te verdiepen, door de game aan te schaffen voor de Switch. En warempel, eindelijk klikte alles. Misschien kwam het omdat mijn laatste ervaring met The Elder Scrolls al weer jaren geleden is, of wellicht was het het feit dat je games die je aan het spelen bent enorm snel op kunt starten op de Switch, maar opeens speelde ik Skyrim elke dag, elk vrij uur dat ik had.
     

Prachtige spelwereld

Eindelijk kon ik de uitgebreide spelwereld van Skyrim waarderen voor wat het was. Natuurlijk, die besneeuwde bergen en kale vlaktes in het midden van de map waren er nog steeds, maar door eindelijk meer tijd in het spel te stoppen, ontdekte ik de enorme variatie aan sfeervolle locaties die de game rijk is.

Zo is er Falkreath, het in mist gedompelde dorpje midden in een bosrijk landschap omgeven door vampieren. Of wat te denken van het polariserende Riften, waar je aan de oppervlakte gemakkelijk je loot kunt verkopen en in cafés en brouwerijen gesprekken kunt voeren, maar letterlijk onder de stad een hele onderwereld van gure gangetjes en de Thieves Guild gevestigd is? Mijn favoriete stad is waarschijnlijk echter Solitude. Het middeleeuwse uiterlijk van de stad voelt knus aan, terwijl een groot gedeelte van de stad over een gigantische brug richting de Blue Palace is gebouwd.

Solitude
    

Huisje boompje beestje

Maar dit zou voor mij geen echte The Elder Scrolls-ervaring zijn als ik niet op zoek zou gaan naar een eigen huis om helemaal naar eigen smaak in te richten, een doel om naartoe te werken, een reden om al die loot op te pikken en weer door te verkopen. Wat dat betreft speelt ik de The Elder Scrolls-games meer als De Sims dan als een rpg, maar ook dat is het mooie van de franchise: daar laten deze games je geheel vrij in.

Aangezien de Switch-versie van Skyrim gebaseerd is op de nieuwere editie van de game en dus ook alle dlc inbegrepen zit, ben ik voor het bouwen van een eigen huis gegaan. Daarvoor heb ik Lakeview Manor in de Falkreath hold gekozen. Dit is wat mij betreft een perfecte locatie voor een huis in Skyrim: relatief midden op de map, met een prachtig uitzicht en niet al te sterke vijanden in de buurt.

Lakeview Manor

Hier heb ik tussen de honderden missies die Skyrim rijk is door mijn virtuele bestaan opgebouwd. Het huis is uitgebreid met drie extra ruimtes waar onder andere wapens en boeken geplaatst kunnen worden, terrassen om ’s avonds te genieten van de ondergaande zon en het kalme meertje achter het huis, en het is er nooit stil door de aanwezigheid van een eigen bard, een trouwe hulp en mijn geadopteerde kinderen. Het enige waar ik nu nog naar op zoek ben ik een lieve vrouw die er met mij kan wonen. Tot die tijd blijf ik lekker monsters afslachten en de nog talloze overbleven missies klaren, waarbij ik de mooiste loot natuurlijk niet doorverkoop maar ze netjes tentoon stel in mijn prachtige huis.

Ik geef het maar gewoon toe: ik speel The Elder Scrolls-games niet voor het spannende verhaal, de missies of het rpg-systeem. Ik slinger ze aan om virtueel huisje boompje beestje te spelen.
    

DE FAVORIETE VIRTUELE WERELDEN-SERIAL

09/05  Zelda: Breath of the Wild

12/07  Is nog een verrassing

REACTIES (12) 

Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord