Waarom moeilijk meestal ook beter is 

Waarom moeilijk meestal ook beter is 2015-04-15T17:17:15

Een dikke week geleden deed ik iets wat ik zelden doe: een game “platinumen”. Waarom zelden? Omdat ik allesbehalve een trophy hunter of achievement slet ben (m’n ePenis is immers al groot genoeg, yo) en ik er meestal gewoon niet het geduld voor kan opbrengen. Er zijn namelijk teveel games die mijn aandacht opeisen en het leven is ook gewoon simpelweg te kort, boys and girls. Maar om de zoveel tijd komt er zo’n game voorbij die dusdanig jouw ding is dat je het niet kunt laten om ‘m werkelijk vollédig kapot te spelen. Bij mij was dat deze keer dus Bloodborne.

    

Het feit dat het om een From Software game gaat, maakt m’n trots omtrent het behalen van de virtuele beker uiteraard nog groter, gezien het feit dat de Souls games toch wel tot de categorie ‘f*cking moeilijk’ behoren. Als je dus de volle 1000 gamer points in Dark Souls behaalt, dan is dat eigenlijk alsof je cum laude geslaagd bent voor je examen Ontzettend Badass Zijn. Ik beloof je echter dat ik dit niet zeg omdat ik wil opscheppen (oké, een beetje) maar omdat ik je duidelijk wil maken hoe veel ik Bloodborne gespeeld heb. Ja, ik heb die game zoveel gespeeld dat ik zelfs bereid was ‘m te platinumen, ondanks het feit dat ik eigenlijk geen tijd heb voor zulke opschepperige bullshit.

Maar hoe komt dat nou? Hoe komt het dat ik überhaupt m’n hele leven lang al gewillig veel tijd steek in de Souls games en in andere moeilijke titels zoals Contra, Devil May Cry 3, Ikaruga, Ninja Gaiden Black, Trials HD, Spelunky en God Hand?

Ben ik een masochist? Nee, totaal niet. Ik sta altijd open voor nieuwe ervaringen, maar uiteindelijk moet iets wel leuk zijn (of in ieder geval in staat zijn om mij me goed te laten voelen) wil ik er daadwerkelijk uren insteken. Ben ik dan een narcist; iemand die het nodig vindt om op te scheppen over z’n daden en kwaliteiten om zo z’n immer hongerige ego te strelen? Eh, tja: I guess. Maar ook dat is niet de reden dat ik me zo aangetrokken voel tot moeilijke games; ik ben teveel een luie hedonist om me alleen voor een moment van aandacht door iets te slepen wat enkel uit zelfpijniging bestaat.

Nee, het antwoord is: omdat er een directe correlatie is tussen de moeilijkheidsgraad van een game en z’n kwaliteit.

Althans, dat denk ik. Het behalen van die platinum trophy ging immers gepaard met deze openbaring dat moeilijke games (meestal) automatisch ook goed zijn. En mijn openbaringen zijn negen van de tien keer pure wijsheid. Maar ja, ik denk oprecht dat de hele journalistieke wereld verkeerd naar games als Bloodborne heeft zitten kijken, aangezien men heeft altijd heeft geroepen dat deze games “zo goed zijn omdat ze zo moeilijk (en dus bevredigender) zijn”. Het tegenovergestelde is dus echter waar: die games zijn moeilijk omdat ze zo goed zijn. 

Laat me het je wat uitgebreider uitleggen.

Wat hebben alle games die ik in dit artikel genoemd heb met elkaar gemeen, los van hun hoge moeilijkheidsgraad? Nou, ze staan ook allemaal bekend als voorbeelden van perfect uitgevoerde gameplay en besturing. Het zijn allemaal games waarbij hetgeen er op het scherm gebeurd volledig het resultaat is van wat jij met je vingers doet én ze bevatten simpel te begrijpen doch extreem diepgaande mechanieken. In Ikaruga heb je dusdanig veel controle dat je pixelperfect langs een orgie aan kogels kunt vliegen. In Devil May Cry 3 kun je met één van de vele speelstijlen letterlijk elke aanval counteren (inclusief keiharde aanvallen van bazen) als je timing goed genoeg is. In Trials HD werk je met realistische physics en heb je daardoor volledige controle over je momentum. Et cetera, enzovoorts. Hetzelfde geldt voor Bloodborne: je hebt volledige controle over je personage en de momentum van je aanvallen, terwijl je ondertussen ook diepgaandere mechanieken hebt (zoals de tijdelijke onkwetsbaarheid van je rol) die die controle nog interessanter maken.

         

De gameplay van al die titels is dus al dusdanig sterk dat ze zelfs al zonder hun hoge moeilijkheidsgraad gezien zouden worden als Gold Award-waardige toptitels. Waarom ze dus alsnog zo moeilijk zijn? Simpelweg omdat de kwaliteit van de gameplay het kan hebben en het dus ook opeist. Het klinkt bijvoorbeeld erg vet om een supergun te krijgen die twintig raketten tegelijk kan afvuren, maar als alle vijanden bestaan aan simpele grunts die met één kogel te doden zijn, dan zul je niet kunnen genieten van je massavernietigingswapen. Daarom zal de game in kwestie je waarschijnlijk confronteren met een gigantische en uitdagende eindbaas, zodat je een goede reden hebt om die supergun te gebruiken en je daadwerkelijk het idee hebt dat jij een passende uitdaging hebt overwonnen.

Bij games als Bloodborne zíjn de mechanics die supergun. De gameplay van deze games is zo goed, zo strak en zo precies, dat het met alle zelfvertrouwen al in het begin van de game tegenstanders als de Cleric Beast op je afstuurt. Ja, het is retemoeilijk, maar niet omdat je de juiste tools niet hebt. Jij bént immers die supergun; je hoeft enkel nog te leren waar de trekker precies zit.

Bloodborne en de zijnen zouden nooit zo populair zijn geweest als de moeilijkheidsgraad precies hetzelfde was maar de gameplay ook maar een tikkeltje minder goed was. Want nogmaals: de game is niet goed omdat ie zo moeilijk is, maar hij is moeilijk omdat ie zo goed is. De moeilijkheidsgraad is bij dit soort games afgesteld op hoe goed en diep de gameplay is, en daarmee dus ook op hoe goed de hele game in de essentie is. Dit is ook waarom games als Dark Souls nooit in één adem genoemd worden met daadwerkelijke masochistische games zoals I Wanna Be The Guy. Dat zijn immers games waarbij de extreme moeilijkheidsgraad éérst komt en al het overige pas daarna wordt vastgesteld. Dat soort “brutal” games hebben niets met Bloodborne en dergelijke te maken en zul je daarom ook niet tegenkomen in beste games lijstjes..

   

Dit is dus niet het zoveelste blogje over de Souls games of Bloodborne, maar meer over hoe men nog altijd geneigd is om bij games eerst naar andere factoren te kijken dan naar het vrijwel altijd dominerende gameplay. Gameplay dicteert bijna alles, van de besturing tot hoe slaapverwekkend makkelijk of mondschuimend moeilijk een game kan zijn. Maar geloof me dus als ik zeg dat (vooral bij games van grote studios) de moeilijkheidsgraad van een game meer een indicatie is van z’n kwaliteit dan van z’n, eh, moeilijkheidsgraad.

Overigens ben ik nu bezig om de platinum van Dark Souls II: Scholar of the First Sin (https://www.pu.nl/media/video/pu-tv/dark-souls-2-scholar-first-sin-video-review/) te halen. Ergens toch best verslavend, dat uitbreiden van je bragging rights.

REACTIES (41) 

Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord