De Kulum van... Tjeerd! - Een medische achtbaan 

De Kulum van... Tjeerd! - Een medische achtbaan 2018-10-16T12:43:18

De Kulum van Tjeerd staat ook in Power Unlimited #298 die vanaf vandaag in de winkel ligt.

De verpleegster laat me een paar plaatjes zien en het bloed trekt uit m’n gezicht weg. Al een paar maanden weet ik dat ik blaaskanker heb en dat het niet de goede kant opgaat. Maar pas als ik een buik zie van een patiënt die een stoma heeft, komt ie echt hard binnen. Het komt nooit meer helemaal goed. Ik krijg een stoma. En ik kan er geen reet aan doen.
       

KANKER

"Ja, dit is wel apart." Bijna een jaar geleden ziet mijn huisarts iets raars in mijn urinewaarden. Het lijkt niets ernstigs, maar dat ene onderzoek leidt tot nog meer onderzoek. Kennelijk is er iets mis met mijn nieren. Liters pis moet ik naar het ziekenhuis sjouwen. Er blijken dus mensen te bestaan die jarenlang hard hebben gestudeerd om naar gezeik te gluren. Tijdens de zoektocht naar de oorzaak van dit mysterieuze verschijnsel merk ik dat het plassen niet zo lekker gaat, en ‘omdat we toch een echo van de nieren moeten maken, checken we direct de blaas effe’. Het is inmiddels januari.

Van de echovrouw ("Blaasstenen? Geen idee, ga maar even door voor een röntgenfoto") door naar de röntgenman ("Handig als er even een uroloog naar kijkt"). De uroloog kijkt en komt tot de conclusie dat mijn blaas voor een derde is vol gegroeid met kwaadaardige tumoren. Kanker. 

Kanker. 

Mijn hoofd tolt nog zo van de medische achtbaan dat ie niet zo binnenkomt. "Maar ..." zegt de uroloog, "het lijkt erop dat het oppervlakkig op de blaaswand groeit. Dat is goed nieuws, want dat is over het algemeen goed te behandelen."
       

OPERATIE EN SPOELEN

Ik ben enorm geschrokken, maar ik probeer op het positieve te richten en strijdbaar ga ik het volgende traject in. "Ik heb kanker, maar het is oppervlakkig en redelijk eenvoudig te behandelen", zeg ik tegen mijn directe omgeving. Dat is misschien kut, maar het had veel kutter kunnen zijn.

Begin februari lig ik op de operatietafel. Tijdens een langdurige operatie halen ze de tumoren van de blaaswand. Alles gaat via de plasbuis. Na vier onprettige dagen in het ziekenhuis mag ik eindelijk naar huis en ben ik redelijk rap hersteld. Ik vertel iedereen dat alles eruit is gehaald en dat de rest van de behandeling kan beginnen.

Zes weken spoelen ze de blaas met de tuberculose-bacterie. Die moet ervoor zorgen dat de kankercellen die nog over zijn helemaal weggaan en wegblijven. "Geweldig", hoor ik om me heen. "Nog even en die klotekanker is verslagen!" Maar ik voel me helemaal niet alsof ik aan het strijden ben. Ik ga gewoon naar het ziekenhuis, mensen frutselen aan m’n lijf en ik ga weer.
       

STOMA?

In mei besef ik dat 'de strijd tegen kanker' zo makkelijk nog niet is. Ik zit in het kamertje van mijn uroloog, die me aankijkt met een bezorgde blik. De kanker is zeer agressief en ondanks de behandeling, die meestal echt werkt, is het terug gegroeid. En hard!

Hij zegt dat ik beter geholpen kan worden bij het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, een ziekenhuis gespecialiseerd in het behandelen van kanker, en hij raadt verwijdering van de blaas aan. Mijn vechtlust wordt aangewakkerd. Er zijn vast nog wel meer behandelingen die gedaan kunnen worden? Ik bal mijn vuisten: voordat ze die blaas eruit snijden, vecht ik door tot er echt geen optie meer is! Ik ga de rest van m’n leven toch niet door met een zakkie op m’n buik?!


        

STOMA!

De tumoren worden opnieuw verwijderd en ik onderga wederom een reeks aan tests. Ook mijn nieuwe uroloog komt tot de conclusie dat de kanker erg agressief is en het gevaarlijk wordt. Hij vertelt me dat  er  geen 'blaasbesparende behandelingen' meer mogelijk zijn. Hij moet eruit, hoe dan ook. Het nieuws komt keihard binnen. Mensen om me heen zeggen: "Het belangrijkst is dat de kanker eruit gaat, toch?" Maar ik heb er mentaal veel moeite mee: wat eerst het doemscenario was, is nu ineens werkelijkheid.

In de tussentijd stop ik langzamerhand met werken. Ik ga tussen alle ziekenhuisbezoeken door nog wel kijken bij een toernooi van Team PU – toch een beetje mijn kindje. Er is ook een cameraman en ik sta met een microfoon in m’n handen; ik presenteer en ik heb het over 'een belangrijk toernooi' Ik zie mensen die ik ken, maar niet echt ken en ik voer wat oppervlakkige gesprekken. Het lijkt alsof alles om me heen vervaagt en ik mezelf zie staan. Het ziet er allemaal ineens zo dom uit; ik voel me compleet niet op mijn gemak en ik ga ervandoor.
        

WACHTLIJST

Sinds begin augustus sta ik op een wachtlijst voor een operatie. De blaas moet eruit en ik besef dat de echte strijd tegen kanker vooral in mijn hoofd plaatsvindt. En ook al gaat dat met kleine stapjes, ik doe mijn best. Ik weet nu ook: het belangrijkst ís dat de kanker eruit gaat. Weg met die rommel. Geef mij maar een stoma.

Ik ben vooral aan het wachten op de operatie, die hopelijk snel is. En als dat klaar is, moet ik revalideren en de realiteit van de nieuwe situatie slikken. Maar dat komt goed, ik weet dat ik het kan. Ik zal lichamelijk dan misschien niet helemaal meer dezelfde zijn, maar ik kom terug, mentaal sterker dan ooit.

REACTIES (158) 

Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord